Holomorfie van de functie
f (z) = f1 (z)/f2 (z)

Gegeven de functie:
Het reële deel van de functie noem ik u en het imaginaire deel v:
Vervolgens ga ik alle partiële afgeleiden bepalen:




Cauchy

Riemann

De Cauchy-Riemann-vergelijkingen luiden (die ik hierna aanduid met CR1 en CR2):

Nu is het een kwestie van invullen:

Indien de beide functies f1 en f2 allebei holomorf zijn, en dus voldoen aan de Cauchy-Riemann-vergelijkingen, dan is het quotiënt van deze functies ook holomorf. Hier hoort wel een kanttekening bij, want stel dat f1 = z3 en f2 = z4 dan is het quotiënt z3/z4 = 1/z. Voor z = 0 is de noemer gelijk aan nul en ontstaat er een pool, en in dat ene punt is de functie dan niet gedefinieerd en daarom ook niet holomorf. Oftewel, het quotiënt van twee holomorfe functies kan één of meerdere polen opleveren waar de functie dan niet holomorf is.