De integraal van
f (x) = 1/(a + b cos x + c sin x + d cos2 x + e sin2 x)3/2

Trefwoorden/keywords: integraal/integral, integreren/integrate, f (x) = 1/(a + b cos x + c sin x + d cos2 x + e sin2 x)3/2
Vergelijking
Grafiek
De grafiek van f (x) = 1/(a + b cos x + c sin x + d cos2 x + e sin2 x)3/2 voor a = b = c = d = e = 0.2 (de rode lijn),
a = b = c = d = e = 0.5 (de groene lijn) en a = b = c = d = e = 0.8 (de blauwe lijn)
Het oplossen van deze integraal brengt heel wat transformaties met zich mee en het oplossen van talrijke vergelijkingen, maar daar zullen we toch doorheen moeten. Voorlopig richt ik mij alleen op de te integreren functie, het feitelijke integreren komt later:
Vergelijking
Om te beginnen ga ik de functie even reorganiseren. Daarvoor gebruik ik deze formule uit de goniometrie:
Vergelijking
Hiermee kan ik de functie schrijven als:
Vergelijking
Dit resultaat ga ik nog wat verder verbouwen:
Vergelijking
Ik stel:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Zodat de functie deze overzichtelijker vorm krijgt:
Vergelijking
Gauss
Gauss

Het was Gauss (jawel, alweer Gauss) die in 1818 met de geweldige inval kwam om op een zeer ingenieuze wijze over te gaan naar een andere variabele.

Karel de Vlieger

De transformatie ziet er als volgt uit (in matrixnotatie):
Vergelijking
Of heel compact opgeschreven:
Vergelijking
Hierin is Λ de transformatiematrix:
Vergelijking
En voor de vectoren t en x geldt:
Vergelijking
Vergelijking
Of volledig uitgeschreven:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Uit de vergelijkingen (8) volgt dat voor cos x respectievelijk sin x geldt:
Vergelijking
Vergelijking
Het deel tussen haken van de noemer van de functie noem ik voor het gemak Q:
Vergelijking
Met behulp van de vergelijkingen (9) kan ik voor Q schrijven:
Vergelijking
Om redenen die later duidelijk worden ga ik Q vermenigvuldigen met het kwadraat van P:
Vergelijking
Vervolgens ga ik de haken wegwerken en wat termen samennemen:
Vergelijking
Middels de matrix Λ heb ik negen variabelen geïntroduceerd. Aan die variabelen ga ik wat eisen stellen, ik wil namelijk dat in bovenstaande vergelijking de coëfficiënten van cos t, sin t en het product cos t sin t altijd nul zijn:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Daarmee versimpelt (13) tot:
Vergelijking
Ik roep nog wat extra variabelen in het leven:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Waardoor vergelijking (15) deze overzichtelijke vorm aanneemt:
Vergelijking
Wat kunnen we verder zeggen over de variabelen α, β en γ? Dat gaan we nu uitzoeken. Uit de goniometrie weten we dat altijd moet gelden:
Vergelijking
Vergelijking
Uitgaande van (18a) en met behulp van de vergelijkingen (9) krijg ik:
Vergelijking
Vervolgens ga ik weer haken wegwerken en termen samennemen:
Vergelijking
En dit moet dan overeenkomen met (18b), waaruit volgt:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Of in matrixnotatie:
Vergelijking
Vervolgens doe ik nu eerst deze drie tussendoortjes waarbij ik gebruik maak van de vergelijkingen (21):
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Als ik dan nu verder werk vanuit vergelijking (18b) en gebruik maak van de vergelijkingen (23) dan krijg ik:
Vergelijking
Dan komt nu weer de leuke klus van het haken wegwerken:
Vergelijking
En dit moet dan weer overeenkomen met (18a), waaruit volgt:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Of in matrixnotatie:
Vergelijking
De determinant van Λ is:
Vergelijking
Ik ga ook de determinant opschrijven van de matrix uit vergelijking (27) die naast Λ staat (die noem ik M):
Vergelijking
En ik schrijf de determinant op van de matrix uit vergelijking (27) die in het rechterlid staat (die noem ik N):
Vergelijking
Door vergelijking (27) uit te schrijven in determinanten krijg ik dus:
Vergelijking
Ik kies uiteraard voor het gemak D = +1. Vervolgens bereken ik achtereenvolgens de producten van D met α1, α2, α3, β1, β2, β3, γ1, γ2 en γ3:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Nu maak ik gebruik van de vergelijkingen (21):
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
En omdat D = 1 worden de vergelijkingen (31):
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Zijn we dan nu eindelijk klaar met al dit gegoochel met variabelen? Nee, nog lang niet, blijf kijken en huiveren! De vergelijkingen (8) beschrijven x als functie van t:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Door te stellen dat:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Dan kan ik de vergelijkingen (8) ook zo schrijven:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Hier staat x als functie van t, maar nu wil ik ook nog het omgekeerde weten, dus t als functie van x. Daarvoor deel ik bovenstaande vergelijkingen door α3, respectievelijk β3 en γ3:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vervolgens trek ik vergelijking (35b) van (35a) af en ik trek ook (35c) van (35a) af:
Vergelijking
Vergelijking
En zo zijn we t3 kwijtgeraakt. Deze procedure gaan we nog een keer doorlopen, nu ga ik t2 eruit werken:
Vergelijking
Vergelijking
En vervolgens trek ik (37b) van (37a) af en ik ga een partij knutselen:
Vergelijking
Nu ga ik gebruik maken van de vergelijkingen (21) en (32):
Vergelijking
Nu hebben we een uitdrukking voor t1. Vanuit de vergelijkingen (36) kan ik natuurlijk ook t1 eruit werken om tot een uitdrukking voor t2 te komen:
Vergelijking
Vergelijking
En vervolgens trek ik (40b) van (40a) af en ik ga weer een partij knutselen:
Vergelijking
Nu ga ik weer gebruik maken van de vergelijkingen (21) en (32) om tot een uitdrukking voor t2 te komen:
Vergelijking
Tenslotte heb ik nog een uitdrukking nodig voor t3 als functie van x. Daarvoor deel ik de vergelijkingen (34) door α1, respectievelijk β1 en γ1:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vervolgens trek ik vergelijking (43b) van (43a) af en ik trek ook (43c) van (43a) af:
Vergelijking
Vergelijking
En zo zijn we t1 kwijtgeraakt. Deze procedure gaan we nog een keer doorlopen, nu ga ik t2 eruit werken:
Vergelijking
Vergelijking
En vervolgens trek ik (45b) van (45a) af en ik ga weer een partij knutselen:
Vergelijking
Nu ga ik weer gebruik maken van de vergelijkingen (21) en (32) om tot een uitdrukking voor t3 te komen:
Vergelijking
Middels de vergelijkingen (39), (42) en (47) hebben we uitdrukkingen gevonden voor t als functie van x:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Dit ziet er in matrixnotatie zo uit:
Vergelijking
Nu gaan dingen (eindelijk) op hun plaats vallen. Ik ga nogmaals het product P2Q uitrekenen, maar nu met behulp van de vergelijkingen (33):
Vergelijking
En door vanuit vergelijking (17) verder te werken krijg ik, wederom met hulp van de vergelijkingen (33):
Vergelijking
De vergelijkingen (49) en (50) kan ik dus aan elkaar gelijk stellen:
Vergelijking
Nu ga ik de waarden van t1, t2 en t3 invullen zoals ik die verkregen heb uit de vergelijkingen (39), (42) en (47):
Vergelijking
Door de termen links en rechts te vergelijken volgt hieruit:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
De bovenstaande zes vergelijkingen plus de zes vergelijkingen (21) vormen samen twaalf onafhankelijke vergelijkingen waaruit ik de twaalf onbekenden n1, n2, n3, α1, α2, α3, β1, β2, β3, γ1, γ2 en γ3 kan oplossen. Omdat de onbekenden n1, n2 en n3 mij het meest interesseren ga ik me daarop richten. Daartoe ga ik de zes vergelijkingen (53) opschrijven in drie groepen van drie, dit is de eerste groep:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Dit is de tweede groep:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
En dit is de derde groep:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Nu werk ik eerst verder met de eerste groep. Ik vermenigvuldig die drie vergelijkingen met respectievelijk α1, β1 en γ1, daarna met α2, β2 en γ2, en tenslotte met α3, β3 en γ3:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Nu trek ik (57b) en (57c) van (57a) af, ik neem gelijk wat termen samen en ik maak gebruik van de vergelijkingen (21):
Vergelijking
Nu trek ik (58b) en (58c) van (58a) af, ik neem gelijk wat termen samen en ik maak gebruik van de vergelijkingen (21):
Vergelijking
Nu trek ik (59b) en (59c) van (59a) af, ik neem gelijk wat termen samen en ik maak gebruik van de vergelijkingen (21):
Vergelijking
Je voelde het waarschijnlijk al aankomen, dit ga ik ook doen voor de tweede - en de derde groep. Voor de tweede groep is het dus ook weer vermenigvuldigen met respectievelijk α1, β1 en γ1, daarna met α2, β2 en γ2, en tenslotte met α3, β3 en γ3:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Nu trek ik (61b) en (61c) van (61a) af, ik neem gelijk wat termen samen en ik maak gebruik van de vergelijkingen (21):
Vergelijking
Nu trek ik (62b) en (62c) van (62a) af, ik neem gelijk wat termen samen en ik maak gebruik van de vergelijkingen (21):
Vergelijking
Nu trek ik (63b) en (63c) van (63a) af, ik neem gelijk wat termen samen en ik maak gebruik van de vergelijkingen (21):
Vergelijking
Zoals ik aan het begin van deze pagina al zei dienen er heel wat vergelijkingen opgelost te worden, dus we gaan vrolijk verder. Voor de derde groep volgt weer dezelfde aanpak, dus vermenigvuldigen met respectievelijk α1, β1 en γ1, daarna met α2, β2 en γ2, en tenslotte met α3, β3 en γ3:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Nu trek ik (65b) en (65c) van (65a) af, ik neem gelijk wat termen samen en ik maak gebruik van de vergelijkingen (21):
Vergelijking
Nu trek ik (66b) en (66c) van (66a) af, ik neem gelijk wat termen samen en ik maak gebruik van de vergelijkingen (21):
Vergelijking
Nu trek ik (67b) en (67c) van (67a) af, ik neem gelijk wat termen samen en ik maak gebruik van de vergelijkingen (21):
Vergelijking
Ik stel:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Daarmee worden de vergelijkingen (64) en (68):
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Met deze zes vergelijkingen ga ik uitdrukkingen formuleren voor α1, α2, α3, β1, β2, β3, γ1, γ2 en γ3 (in het kwadraat) als functies van f1, f2, f3, g1, g2 en g3. Ik begin met α1, α2 en α3. Daartoe substitueer ik eerst (71a) en (72a) in (21a), vervolgens substitueer ik (71b) en (72b) in (21b), en daarna substitueer ik (71c) en (72c) in (21c):
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Deze resultaten stop ik in de vergelijkingen (71) om uitdrukkingen te vinden voor β1, β2 en β3 (in het kwadraat):
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
En door de vergelijkingen (73) in de vergelijkingen (72) te stoppen vind ik uitdrukkingen voor γ1, γ2 en γ3 (in het kwadraat):
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
De vergelijkingen (71) en (73) helpen mij om vergelijkingen te vinden voor de α1β1, α2β2 en α3β3 producten:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
De vergelijkingen (72) en (73) helpen mij om vergelijkingen te vinden voor de α1γ1, α2γ2 en α3γ3 producten:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
En de vergelijkingen (71), (72) en (73) helpen mij om vergelijkingen te vinden voor de β1γ1, β2γ2 en β3γ3 producten:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Allemaal prachtig natuurlijk, maar nu weet ik nog steeds niets over n1, n2 en n3. Daarom ga ik nu verder werken met deze negen vergelijkingen:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Ik substitueer de vergelijkingen (64a) en (68a) in (60a):
Vergelijking
En ik substitueer de vergelijkingen (64b) en (68b) in (60b):
Vergelijking
En ik substitueer de vergelijkingen (64c) en (68c) in (60c):
Vergelijking
Ik zet de resultaten van de vergelijkingen (79) even netjes onder elkaar:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Ik stel:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Het moge duidelijk zijn dat n1', n2' en n3' de nulpunten zijn van de derdegraads vergelijking:
Vergelijking
Ik stel:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Waardoor (81) wordt:
Vergelijking
We gaan ons nu bezig houden met het oplossen van een derdegraads vergelijking (klik op de link voor alle details). Eerst voer ik de volgende translatie uit:
Vergelijking
Dan gaat (83) over naar de gereduceerde functie:
Vergelijking
Hierin zijn p' en q':
Vergelijking
Vergelijking
Daaruit volgt k':
Vergelijking
En dit is de discriminant D van een derdegraads vergelijking:
Vergelijking
De discriminant geeft aan hoeveel nulpunten er zijn: Hierbij heb ik het uiteraard over de reële nulpunten, want ik wil een reële transformatie van x naar t zonder dat er ergens imaginaire getallen opduiken. Dus D moet groter dan nul zijn. Ik introduceer nu de hoek θ':
Vergelijking
Hiermee kan ik de drie nulpunten berekenen als volgt:
Vergelijking
Ik pak vergelijking (17) er weer bij en ik verbouw die een beetje:
Vergelijking
Het product P2Q staat onder een wortelteken en moet dus positief zijn, want anders heeft deze hele transformatie geen zin. Om die reden moet (n1' − n2') altijd positief zijn, dus het nulpunt n1' moet rechts van n2' liggen. Verder wil ik dat die breuk voor de sin2 t ook altijd positief is, daarom moet (n3' − n2') ook altijd positief zijn (de noemer was het al, zie de vorige zin) en daarom moet n3' ook rechts van n2' liggen. Verder moet de teller van de breuk kleiner zijn dan de noemer van de breuk, omdat de breuk anders groter dan één kan worden waardoor P2Q alsnog negatief wordt, dus (n3' − n2') moet kleiner zijn dan (n1' − n2'). Dit alles betekent dat n2' het linkernulpunt is, n3' de middelste en n1' is het rechtermiddelpunt:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Voor n1, n2 en n3 volgt hieruit:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Ik stel:
Vergelijking
Vergelijking
Waarmee vergelijking (90) wordt:
Vergelijking
Nu grijp ik helemaal terug naar vergelijking (6), de functie waar ik dit hele verhaal mee begonnen ben, en ik ga de transformatie naar t erin brengen:
Vergelijking
Ik stel:
Vergelijking
De noemer van de functie ziet er nu al een heel stuk aantrekkelijker uit. De integraal wordt dan:
Vergelijking
We zitten nu nog met de teller waar die P3 is opgedoken en natuurlijk moet dx nog getransformeerd worden naar dt. Ik ga eerst met de omzetting van dx naar dt aan de slag. Daarvoor maak ik gebruik van de vergelijkingen (9):
Vergelijking
Vergelijking
Ik neem links en rechts de differentiaal van vergelijking (9a):
Vergelijking
Vervolgens substitueer ik (9b) in (98) en ga ik een partij knutselen:
Vergelijking
Dan ga ik nu weer haken wegwerken en termen samennemen:
Vergelijking
Met behulp van de vergelijkingen (32) wordt dit:
Vergelijking
Zo ontstaat uiteindelijk de volgende integraal:
Vergelijking
Met behulp van de vergelijkingen (8) wordt dit:
Vergelijking
Omdat de grenzen van de integraal 0 en 2π zijn, kunnen we enkele termen van de teller van (103) wegstrepen omdat die als resultaat nul opleveren. Om dat in te zien heb ik een grafiek gemaakt van de term met de sinus (de blauwe lijn in de figuur hieronder).
Grafiek
De grafieken van f (t) = ν sin2 t (de rode lijn), f (t) = 1/(1 − ν sin2 t)3/2 (de groene lijn)
en f (t) = sin t/(1 − ν sin2 t)3/2 (de blauwe lijn), ν = 0.5
Die sinusterm (de blauwe lijn) beweegt zich heerlijk symmetrisch om de x-as en door te integreren van 0 tot 2π levert dat nul als resultaat. Ditzelfde verhaal geldt natuurlijk ook voor de term met de cosinus:
Grafiek
De grafieken van f (t) = ν sin2 t (de rode lijn), f (t) = 1/(1 − ν sin2 t)3/2 (de groene lijn)
en f (t) = cos t/(1 − ν sin2 t)3/2 (de blauwe lijn), ν = 0.5
En het geldt ook voor de term met het product van beide:
Grafiek
De grafieken van f (t) = ν sin2 t (de rode lijn), f (t) = 1/(1 − ν sin2 t)3/2 (de groene lijn)
en f (t) = cos t sin t/(1 − ν sin2 t)3/2 (de blauwe lijn), ν = 0.5
Vergelijking (103) vereenvoudigt daarmee tot:
Vergelijking
Nu ga ik die cos2 t eruit werken:
Vergelijking
Ik kan dit verder verbouwen tot:
Vergelijking
Ik stel:
Vergelijking
Vergelijking
Waardoor (106) overgaat in:
Vergelijking
En zo is deze integraal uiteindelijk uitgedrukt in twee bekende (elliptische) integralen. Deze beide integralen vinden we terug in de tabel met integralen. Aldus bereiken we het antwoord:
Vergelijking

Samenvatting


Ik ga dit hele verhaal even samenvatten, dit was het uitgangspunt:
Vergelijking
Allereerst verbouw ik de te integreren functie door te stellen dat:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Zodat de functie deze overzichtelijker vorm krijgt:
Vergelijking
Ik ga over naar een andere variabele, van x naar t:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Daarna komen er heel veel transformatievergelijkingen die tot diverse relaties tussen de α’s, β’s en γ’s leiden:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Ik stel:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Hiermee kom ik tot negen uitdrukkingen voor α1, α2, α3, β1, β2, β3, γ1, γ2 en γ3 (in het kwadraat) als functies van f1, f2, f3, g1, g2 en g3:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Tevens volgen negen uitdrukkingen voor de diverse kruisproducten tussen de α’s, β’s en γ’s:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Uiteindelijk is dit de opmaat naar een derdegraads vergelijking om de drie nulpunten n1, n2 en n3 te bepalen:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Dan volgt er een translatie:
Vergelijking
Zo ontstaat de gereduceerde vergelijking:
Vergelijking
Waarin:
Vergelijking
Vergelijking
Ik definieer de hoek θ':
Vergelijking
Hiermee kunnen de drie nulpunten bepaald worden:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Daarna kan ik het volgende stellen:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
De differentialen van x en t verhouden zich als volgt:
Vergelijking
En zo ontstaat uiteindelijk deze integraal:
Vergelijking
Die laat zich vervolgens omschrijven naar elliptische integralen:
Vergelijking
Waarin:
Vergelijking
Vergelijking
Zo bereik ik uiteindelijk het langverwachte antwoord:
Vergelijking
Grafiek
De grafiek van F (x) voor a = b = c = d = e = 0.2 (de rode lijn),
a = b = c = d = e = 0.5 (de groene lijn) en a = b = c = d = e = 0.8 (de blauwe lijn), C = 0