Vectoren, vraagstuk 26

Bereken G (1, 1, 1) als:










  1. G (1, 1, 1) is G in het punt (1, 1, 1):





  2. G (1, 1, 1) is G in het punt (1, 1, 1):





  3. G (1, 1, 1) is G in het punt (1, 1, 1):