De onzichtbare dictatuur

Vorige week heb ik een nieuw paspoort aangeschaft. Daar heb ik heel lang tegenaan zitten hikken, omdat je tegenwoordig bij de aanvraag van een paspoort je vingerafdrukken moet afgeven. Voor een identiteitskaart hoeft dat niet, maar met een identiteitskaart is mijn bewegingsvrijheid beperkt tot de omringende EU-landen. Ik wil verder reizen en dan heb ik toch echt een paspoort nodig.

Is dat nou zo erg om je vingerafdrukken af te moeten geven? Nagenoeg iedereen die ik hierover pols antwoordt met “ik heb niets te verbergen” of “ze weten toch al alles van je”. Iemand vinden die er echt een probleem mee heeft blijkt als zoeken naar een naald in een hooiberg. Inderdaad, ook ik heb niets te verbergen en de overheid weet al heeeeeeeeeeeeeel veel over mij maar het is deze datahonger die mij benauwt. Alles wat in getallen te vatten is weet de overheid al van mij, van leeftijd, adres en banksaldo tot inkomen, stroomverbruik, telefoongebruik en lengte aan toe. En natuurlijk mijn medische dossier. En nu dus ook mijn vingerafdrukken.

De datahonger van de overheid lijkt vooralsnog onverzadigbaar en het ligt in de lijn der verwachting dat iris-scans, DNA-opbouw en genetische codes in de (nabije) toekomst zullen volgen (naast de zogenaamde slimme meterkast, het rekeningrijden, enzovoort). Nee, ik heb niets te verbergen, maar dat dachten de Joden in ons land tachtig jaar geleden ook. Totdat er een andere overheid kwam die daar ineens heel anders over dacht. “Ik heb niets te verbergen” is bovendien verdedigend en dus al een stap te ver. De essentie zit in de stap daarvoor: waarom wil de overheid alles van mij weten? Alles willen weten gaat over controle (over mij) en over wantrouwen (jegens mij), de karakteristieken van een dictatuur. Een onzichtbare dictatuur.

Naschrift
Iemand maakte mij attent op dit artikel: www.decorrespondent.nl. Absoluut het lezen waard.
Karel de Vlieger,
augustus 2015