Axiomahekken

Wij zijn allemaal gevangenen binnen onze eigen zelfgemaakte axiomahekken. Maar waar staan die hekken en wat doen we er mee? Wij hebben deze hekken nodig omdat we angst hebben voor vrijheid!
Axiomahekken domineren ons leven, en toch heb je er waarschijnlijk nog nooit van gehoord. Axiomahekken doen hun werk onbewust en met grote vastberadenheid. We bouwen ze zelf (ook onbewust) en ze werken tegen ons! Maar wat zijn axiomahekken? Wat zijn überhaupt axioma’s? Laten we ons daar eerst eens mee bezig houden.

Wat is een axioma? Axioma’s zijn fundamentele, onbewezen, op ervaring berustende, stellingen. Een simpel voorbeeld van een axioma: de kortste weg tussen twee punten is een rechte lijn. De axioma’s zijn fundamenteel, ze vormen een fundament, maar daarentegen zijn ze wel onbewezen. Een uiterst riskante combinatie! Onze (zeer beperkte) zintuigen nemen onze leefomgeving waar en stellen automatisch basisregels op voor die omgeving: de axioma’s. Er bestaat een basisset van axioma’s en hieruit volgen talloze regels volgens welke wij ons leven inrichten. Op basis van axioma’s bestaat de realiteit die wij ‘kennen’. Ze zijn nooit bewezen, dat is het verraderlijke, maar de dagelijkse praktijk ‘zegt’ ons dat ze waar zijn.

Eigenlijk staan we er nooit bij stil en zijn de axioma’s een onbewuste vanzelfsprekendheid. De lijst met axioma’s is eindeloos lang, ik noem hier enkele voorbeelden:

Of een heel mooi axioma uit lang vervlogen tijden: de Aarde is plat. Op zich volkomen begrijpelijk, want als ik niet beter wist dan zou er absoluut niet in mij opkomen dat de Aarde rond is in plaats van plat. Onze realiteit wordt bepaald én begrensd door alle axioma’s die wij kennen: de axiomahekken.

En vervolgens gaan we daar ook naar handelen. Als de Aarde plat is dan is er ook ergens een rand waar de Aarde ophoudt (anders kan de Zon niet om ons heen draaien). Het is dus zaak om van die rand weg te blijven omdat je anders van de Aarde af valt. Kortom, geen verre zeereizen ondernemen, want dat is veel te gevaarlijk. De axiomahekken weerhouden ons ervan om de werkelijkheid te zien!

Omdat er nooit ‘iets gebeurt’ wat het tegendeel aantoont blijven de axioma’s voor ons onwrikbare waarheden. Maar anderzijds ook omdat we niet doelbewust de axioma’s ter discussie stellen of uitdagen, of alert zijn op tegenstrijdigheden en twijfel, blijven ze bestaan als fundamentele waarheden.

Binnen de axiomahekken bestaat onze realiteit. Die realiteit is echter slechts een vervormd deel van de werkelijkheid. Zoals gezegd, lang geleden bestond het axioma dat de Aarde plat is. Op zich een prima aanname, want als ik naar buiten kijk dan zie ik een platte Aarde. En als ik een stuk ga fietsen of met de auto ergens heen ga dan kom ik wellicht onderweg een heuvel tegen, maar er is helemaal niets dat mij ook maar één seconde op het idee zou kunnen brengen dat ik mij op een bol bevindt. Dus als ik niet beter zou weten, dan is de Aarde plat, punt uit! En indien iemand mij zou vertellen dat de Aarde rond is dan heeft hij of zij heel veel overtuigingskracht nodig, want het is strijdig met wat ik waarneem. Ik zou zeer waarschijnlijk ook met tegenwerpingen komen als ‘Waarom vallen de Australiërs dan niet van de Aarde af?’ of ‘Waarom loopt al het water dan niet weg naar het zuidelijk halfrond?’. En dat is het moeilijke en verraderlijke aan axioma’s; ons gevoel is niet alert genoeg en ons denken zegt dat ze waar zijn. Oftewel, ons gevoel wordt razendsnel weggerationaliseerd.

Om tot fundamentele veranderingen te komen is het echter noodzakelijk de axioma’s los te laten. Ik zal dit allereerst illustreren met een voorbeeld waarin de axioma’s niet worden losgelaten. Dit voorbeeld komt uit de wetenschap, de astronomie. De laatste jaren staan exoplaneten sterk in de belangstelling. Exoplaneten zijn planeten die om andere sterren draaien dan de Zon, oftewel planeten buiten ons eigen zonnestelsel. Door indirecte waarnemingen heeft men inmiddels het bestaan aangetoond van honderden exoplaneten en hun aantal is snel groeiende. Op zich heel interessant, want dit onderzoek geeft inzicht in het mogelijke aantal planeten in het heelal, waar en hoe die planeten zich ontwikkeld hebben en wat hun samenstelling is. Dit is een soort wetenschap die zich geheel afspeelt binnen de axiomahekken, er worden immers geen axioma’s ter discussie gesteld, en deze wetenschap wordt daarom ook wel aangeduid als lineaire (rechtlijnige, voorspelbare) wetenschap. Hieruit kunnen wel fundamentele vragen voortkomen, maar geen fundamentele antwoorden. De resultaten van lineaire wetenschap zijn lineair en daarmee zijn de resultaten dan ook voorspelbaar.

In de derde eeuw voor Christus leefde er een Griek genaamd Eratosthenes van Cyrene. Hij deed de observatie dat in twee verschillende waterputten, op enkele dagreizen van elkaar verwijderd, de zonnestralen midden op de dag niet bij beide putten de bodem raakten. Hij had vervolgens kunnen denken ‘Die ene put zal wel scheef aangelegd zijn’, maar zijn gevoel was wél alert. Hij volgde zijn gevoel en ging heel serieus met dit probleem aan de slag en kwam tot de conclusie dat de Aarde rond is (en berekende ook nog wat de omtrek van de Aarde is binnen enkele procenten nauwkeurig!). En weg was het axioma van de platte Aarde. Wetenschap waarbinnen de bestaande axioma’s geen vanzelfsprekendheid zijn duiden we aan met gebogen wetenschap.

In deze hoek van de wetenschap ontstaan de fundamentele nieuwe zienswijzen en fundamentele antwoorden. Nicolaus Copernicus leefde van 1473 tot 1543. In die tijd werd algemeen aangenomen dat de Aarde het middelpunt is van het universum en dat alle andere hemellichamen daar omheen draaien. Een belangrijk onderdeel van het axiomahek uit de late Middeleeuwen was dus: het universum is geocentrisch (de Aarde staat centraal). Om dit beeld van het universum overeind te houden waren er uitermate gekunstelde omloopbanen bedacht voor de andere planeten. Voor Copernicus voelde dit niet goed, hij brak door het axiomahek heen (stelde de Zon centraal, een heliocentrisch universum) en daarmee ontstond een nieuwe realiteit (deze nieuwe realiteit was in die tijd zo beangstigend en bedreigend dat Copernicus wijselijk besloot pas op zijn sterfbed tot publicatie over te gaan).

Het is niet mijn bedoeling om een heel astronomisch artikel te schrijven, maar de astronomie zit vol met prachtige voorbeelden van (achteraf bezien) heel merkwaardig geplaatste axiomahekken. Nog één voorbeeld dan en daarmee leg ik meteen de link naar jouw en mijn denkwereld. Wij leven op een planeet waarvan het oppervlak gevormd wordt door continenten en zeeën. Onze voorouders projecteerden vervolgens die realiteit op het hemellichaam dat om ons heen cirkelt: de Maan. Op de Maan zijn er lichtere en donkere gebieden en deze laatste werden aangezien voor zeeën. De latijnse naam voor zee is mare en alle donkere ‘vlekken’ op de Maan hebben nu officieel een mare naam. Hier op Aarde hebben we bijvoorbeeld de Middellandse zee en de Kaspische zee, en op de Maan bestaan de mare Nubium en mare Crisium. En voor oceanen net zo, op de Maan is er bijvoorbeeld de oceanus Procellarum. De werkelijkheid is: er is helemaal geen vloeibaar water op de Maan.

In dit voorbeeld zit een hele belangrijke essentie: er is een bepaalde realiteit (hier, op Aarde, zijn continenten en zeeën) en die wordt vervolgens geprojecteerd op de werkelijkheid (hier zijn continenten en zeeën en dus daar, op de Maan, ook), terwijl de werkelijkheid heel anders is (daar zijn geen zeeën). Hier gaat het om collectieve axiomahekken en een collectieve projectie van de realiteit op de werkelijkheid.

Even samenvatten: Wat hierboven als collectieve projectie is beschreven gebeurt echter ook individueel. En dat is een hele verrassende, want naast de algemene axioma’s (de axioma’s die we met ons allen, het collectief, onze maatschappij, onze cultuur, gemeenschappelijk hebben) hebben we ook persoonlijke axioma’s. Met onze persoonlijke axioma’s bedenken we een persoonlijke realiteit die begrensd wordt door onze persoonlijke axiomahekken. Zoals we vroeger collectief dachten dat de Aarde plat was en er zeeën op de Maan waren, zo bedenken we individueel ook van alles.

Dit denken is er altijd. Stel een persoonlijk axioma van mij is: ‘hangjongeren, dat is allemaal tuig’. Mijn realiteit gaat zich daar dan helemaal op instellen én ik ga er ook naar handelen. Als ik over straat loop en ik zie wat jongeren bij elkaar staan, dan komt er in mijn grijze massa gelijk de associatie ‘tuig’ naar boven. Ik ben vervolgens erg op mijn hoede en ik ga zeker niet vlak langs dat groepje lopen. Het is ‘slechts’ een axiomahek die mij van dat groepje scheidt, maar ik handel alsof er een echt hek staat! Ik projecteer mijn realiteit ‘hangjongeren = tuig’ op de werkelijkheid en vervorm daarmee de werkelijkheid (er staan wat jongeren) naar mijn realiteit (er staat tuig). Maar die realiteit is heel echt voor mij, mijn hart bonst als ik dat groepje passeer. Het laatste wat ik zal doen is hen aanspreken en een gesprek aanknopen. Ik zal de werkelijkheid dus niet ervaren.

Voor mij loopt een vrouw. Zij loopt heel ‘gewoon’ langs het groepje, maar een stukje verderop staat een grote hond vastgebonden aan een hek. Dáár loopt zij met een boogje omheen, terwijl ik ‘gewoon’ de hond passeer. Het is maar een hond denk ik (in mijn realiteit). En tegelijkertijd denk ik ook: heeft die vrouw nu ook een bonzend hart? Met andere woorden, welke associatie heeft zij met honden in háár realiteit?

De axioma’s zitten ons dus letterlijk en figuurlijk in de weg, want ze vormen hekken die tussen ons en de werkelijkheid gaan staan. En dat gebeurt ook nog eens heel onopgemerkt, het gebeurt onbewust. De axiomahekken houden ons gevangen in onze realiteit en die realiteit houden we zelf in stand. We zijn immers de hele tijd aan het denken en realiteit = bedachte werkelijkheid. Of anders gezegd: alles wat we bedenken is niet de werkelijkheid.

Ons denken creëert een realiteit en alles wat wij waarnemen wordt gefilterd door deze realiteit. Wij nemen dus nooit de werkelijkheid waar, maar altijd een ‘aangepaste’ versie daarvan: de realiteit. En die realiteit is voor iedereen anders. Dit klinkt wellicht heel onwaarschijnlijk, maar stel dat er een mens uit de Middeleeuwen naast je zou staan. Hij of zij zou de Zon om de Aarde zien draaien terwijl jij het omgekeerde waarneemt. Stel dat jij en een kannibaal in een drukke winkelstraat staan. Hij of zij zou denken ‘hé, hier lopen allemaal lekkere hapjes rond’ terwijl die gedachte bij jou niet op komt. Een dergelijke gedachte is in onze cultuur not done en is daarom al weggefilterd nog voordat je die eventuele gedachte bewust hebt. Ik liep laatst met mijn vrouw bij een filiaal van een bekende winkelketen binnen. Net toen ik wilde zeggen dat het een groot filiaal was maakte zij de opmerking dat het wel erg klein was. Ons denken filtert continu en onmiddellijk al onze waarnemingen, en past die aan naar iets dat ons welgevallig is. Wij nemen allemaal waar wat wij willen waarnemen!

Indien wij de onvervormde werkelijkheid willen waarnemen dan is de logische remedie: stoppen met denken. Door te stoppen met denken ‘verdampt’ onze realiteit, want die wordt gevoed met denken, we bedenken immers een realiteit. Zo simpel als het klinkt is het in de praktijk helaas nagenoeg onmogelijk om ons denkproces volledig stop te zetten. Het lijkt alsof wij, menselijke wezens, een zeer grote angst hebben om de axiomahekken op ons af te laten komen. Die hekken begrenzen immers onze realiteit en als die realiteit kleiner wordt (vergelijkbaar met een ballon die leeg loopt, omdat we stoppen met denken), dan omsluiten de axiomahekken een steeds kleinere realiteit en wordt de afstand tussen ons en de hekken steeds kleiner. Onze hele realiteit verdwijnt uiteindelijk (als we stoppen met denken) en daarmee verdwijnen ook de hekken. Als er geen gebied (realiteit) meer is om te omsluiten, dan zijn er natuurlijk ook geen hekken meer over. Alles wat er dan nog is waardoor je omringd wordt is de werkelijkheid! Durven wij niet de werkelijkheid te zien? Is de werkelijkheid zo angstaanjagend?

In die ideale situatie neem je alles waar zoals het werkelijk is. Je bereikt een punt van volledige vrijheid van leven (er is geen aandrang meer om om een groep jongeren of om honden heen te lopen), je doet wat je volledig vanuit je innerlijke beweging wilt. Van je zelfbedachte realiteit, waar je alleen maar last van hebt, is niets meer over. Deze ervaring van echte vrijheid geeft een gelukzalig gevoel, we ervaren het ultieme geluk. Maar kennelijk worden wij allemaal overheerst én weerhouden door de angst voor vrijheid.

Volledig stoppen met denken zal één-twee-drie niet lukken, maar minder denken is in elk geval al een opstap naar minder realiteit (= onvrijheid) en dus naar meer werkelijkheid (= vrijheid). En nog minder denken betekent dus...

Of denkt u er anders over?
Karel de Vlieger,
januari 2011