Het optellen van snelheden

Leid uit de Lorentz-transformaties de formule af voor het optellen van snelheden.
Lorentz
Lorentz

Ik pak de Lorentz-transformaties erbij voor twee stelsels, P en Q, die met een snelheid v ten opzichte van elkaar bewegen:

Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking

Vanaf dit punt is het een kleine en voor de hand liggende stap om uit te zoeken hoe snelheden bij elkaar opgeteld moeten worden. Om te beginnen neem ik de differentialen van de bovenstaande Lorentz-transformaties:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
De stelsels P en Q hebben een snelheid v ten opzichte van elkaar en ik ga ervanuit dat die in de x-richting is. Vervolgens stel ik dat er binnen het P-stelsel iets beweegt in de x-richting met een constante snelheid vx,p. Omdat deze snelheid volledig plaatsvindt in de x-richting gebeurt er dus in de y-richting en de z-richting niets relativistisch (geen lengtecontractie of tijddilatatie, vanuit welk stelsel dan ook waargenomen):
Vergelijking
Vergelijking
Voor de snelheden in de x, y en z-richting in het P-stelsel geldt:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Voor iets dat beweegt binnen het Q-stelsel kan ik hetzelfde opschrijven. Oftewel, voor de snelheden in de x, y en z-richting in het Q-stelsel geldt:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Publiek
De waarnemers in het andere stelsel

Hoe nemen de bewoners van het andere stelsel dit waar in de diverse richtingen? Daarvoor gebruiken we de Lorentz-transformaties volgens de vergelijkingen (2). Dit is de snelheid binnen het Q-stelsel zoals die wordt waargenomen vanuit het P-stelsel (dus getransformeerd naar het P-stelsel):

Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking

En dit is de snelheid binnen het P-stelsel zoals die wordt waargenomen vanuit het Q-stelsel (dus getransformeerd naar het Q-stelsel):
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Ik zet de resultaten even netjes op een rijtje:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Het P-stelsel beweegt met een snelheid +v ten opzichte van het Q-stelsel en het Q-stelsel beweegt met een snelheid −v ten opzichte van het P-stelsel. Merk op dat indien hetgene dat beweegt binnen het Q-stelsel een snelheid heeft vx,q = +v, dan ziet een P-waarnemer dat stilstaan (vergelijking (6a)), zoals het hoort:
Vergelijking
En merk ook op dat indien hetgene dat beweegt binnen het P-stelsel een snelheid heeft vx,p = +v, dan ziet een Q-waarnemer dat niet met een snelheid 2v (zoals we gewend zijn te denken), maar een fractie minder (vergelijking (7a)):
Vergelijking
Indien de snelheid v veel kleiner is dan c dan is die breuk in de noemer natuurlijk te verwaarlozen en is de uitkomst nagenoeg 2v. Echter indien v gelijk is aan 0.999c, dus bijna de lichtsnelheid, dan is de uitkomst 0.9999995c en dus nog steeds onder de lichtsnelheid. Ook hieruit blijkt dat de lichtsnelheid een niet te nemen barrière is. Hieronder heb ik dat in een grafiek uitgezet waaruit duidelijk blijkt dat de somsnelheid nimmer de lichtsnelheid overschrijdt:
Grafiek
De som van twee snelheden v1 en v2, horizontaal staat v1 (als fractie van de lichtsnelheid) en
verticaal staat de somsnelheid (als fractie van de lichtsnelheid) voor v2 = 0.000001c (de rode lijn),
v2 = 0.1c (de groene lijn), v2 = 0.5c (de oranje lijn), v2 = 0.9c (de paarse lijn) en v2 = 0.99c (de blauwe lijn)
Ik stel:
Vergelijking
Vergelijking
Dan kan ik vergelijking (7a) schrijven als volgt:
Vergelijking
Taylor
Taylor

In de tabel met Taylor-reeksen vinden we:

Vergelijking

Hiermee kan ik vergelijking (11) ook schrijven als volgt:
Vergelijking
Merk op dat de eerste term gelijk is aan de klassieke berekening en alle volgende termen zijn relativistische bijdragen (die pas significant worden wanneer v1 of v2 in de buurt komt van c):
Vergelijking