Vectoren, vraagstuk 13

Gegeven de vector n:
Vergelijking
En deze twee punten:
Vergelijking
Vergelijking
P1 is het vlak door a en loodrecht op n en P2 is het vlak door het punt b en evenwijdig aan P1.
  1. Bepaal de vergelijking van het vlak P1.
  2. Bereken de (loodrechte) afstand tussen de vlakken P1 en P2.
Grafiek
Twee vectoren staan loodrecht op elkaar wanneer hun inwendig product nul is
  1. Bepaal de vergelijking van het vlak P1.

    Er is gegeven dat a een punt in het vlak P1 is. Een willekeurig ander punt noemen we p. De vector q van a naar p (of van p naar a) ligt in het vlak en staat dus loodrecht op de vector n. Er moet dus gelden:
    Vergelijking
    Grafiek
    De grafiek van 3x − 4y + z = −7 (het vlak P1)
  2. Bereken de (loodrechte) afstand tussen de vlakken P1 en P2.

    Voor het vlak P1 nemen we een nog te bepalen vector s als steunvector. De parametervoorstelling van P1 wordt dan:
    Vergelijking
    Hierin zijn r1 en r2 de beide richtingsvectoren. Door in de vergelijking voor het vlak P1 x gelijk te stellen aan α en y gelijk aan β vinden we voor z:
    Vergelijking
    Hiermee wordt de parametervoorstelling van P1:
    Vergelijking
    Het vlak P2 loopt evenwijdig aan P1 en we kunnen daarvoor dus dezelfde richtingsvectoren gebruiken. Als steunvector gebruiken we het punt b:
    Vergelijking
    De projectie van de steunvector s1 van P1 op n is s1n. Dit is | s1n | maal een ‘eenheidsstukje’ van n, dus:
    Vergelijking
    We rekenen nu eerst het inwendig product s1n uit:
    Vergelijking
    En vervolgens | n |2:
    Vergelijking
    Daarmee wordt de projectie:
    Vergelijking
    Voor de projectie van de steunvector van P2 op n rekenen we nu het inwendig product s2n uit:
    Vergelijking
    Daarmee wordt de projectie:
    Vergelijking
    De afstand tussen beide vlakken is de absolute waarde van het verschil van de projecties:
    Vergelijking
    Er is ook een andere manier om dit vraagstuk op te lossen. Hierbij ga ik uit van de volgende lijn L:
    Vergelijking
    Dit is een lijn met steunvector a en richtingsvector n. Het is dus een lijn die loodrecht staat op beide vlakken. Het snijpunt met het vlak P1 is het punt a. Nu willen we nog weten wat het snijpunt is met het vlak P2. Dat punt kunnen we vinden door L en P2 aan elkaar gelijk te stellen:
    Vergelijking
    Dit ga ik in componenten uitschrijven:
    Vergelijking
    Vergelijking
    Vergelijking
    Uit de vergelijkingen voor x en y hebben we een α en β gevonden die we in de vergelijking voor z in kunnen vullen:
    Vergelijking
    Dit vullen we in in de parametervoorstelling van de lijn L en dan vinden we het snijpunt S:
    Vergelijking
    Door nu de afstand van a tot S uit te rekenen vinden we de afstand tussen de vlakken:
    Vergelijking
    De methode via de projecties lijkt mij handiger en minder werk.