De integraal van
f (x) = 1/(ax3 + bx2 + cx + d)1/2

Trefwoorden/keywords: integraal/integral, integreren/integrate, f (x) = 1/(ax3 + bx2 + cx + d)1/2
Vergelijking
Grafiek
De grafiek van f (x) = 1/(ax3 + bx2 + cx + d)1/2 voor a = 2, b = −4, c = −2, d = 4 (de rode lijn),
a = 8, b = −42, c = 61, d = −21 (de groene lijn) en a = 3, b = 15, c = 18, d = 0 (de blauwe lijn)
Gegeven is dat a > 0, dus die derdegraads vergelijking in de noemer ‘begint’ ergens linksonder (in het derde kwadrant) en ‘eindigt’ ergens rechtsboven (in het eerste kwadrant).
Grafiek
a < 0
Grafiek
a > 0
Verder is gegeven dat de discriminant D positief is, dus er zijn drie nulpunten.
Grafiek
D < 0
Grafiek
D = 0
Grafiek
D > 0
Voor de duidelijkheid maak ik een grafiek van alleen de derdegraads vergelijking.
Grafiek
De grafiek van f (x) = ax3 + bx2 + cx + d voor a = 2, b = −4, c = −2, d = 4 (de rode lijn),
a = 8, b = −42, c = 61, d = −21 (de groene lijn) en a = 3, b = 15, c = 18, d = 0 (de blauwe lijn)
Ik zal ook nog even verticaal inzoomen in de buurt van de horizontale as.
Grafiek
De grafiek van f (x) = ax3 + bx2 + cx + d voor a = 2, b = −4, c = −2, d = 4 (de rode lijn),
a = 8, b = −42, c = 61, d = −21 (de groene lijn) en a = 3, b = 15, c = 18, d = 0 (de blauwe lijn)
Voor het oplossen van deze integraal maken we maximaal gebruik van de trucendoos. Om te beginnen ga ik die derdegraads vergelijking normaliseren:
Vergelijking
Ik stel:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Hiermee wordt de functie:
Vergelijking
Ik haal er even wat hulpvariabelen bij:
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
De discriminant is positief, dus er zijn drie nulpunten. Die kan ik als volgt berekenen (van links naar rechts, dus x1 < x2 < x3):
Vergelijking
Vergelijking
Vergelijking
Hiermee wordt de functie:
Vergelijking
De integraal wordt dan:
Vergelijking
Nu ga ik het hele boeltje verschuiven zodat het linkernulpunt in de oorsprong komt te liggen. Ik stel:
Vergelijking
Hiermee wordt de integraal:
Vergelijking
Vervolgens stel ik:
Vergelijking
Hiermee wordt de integraal:
Vergelijking
Ik ga gebruik maken van goniometrische substitutie door secans of cosecans:
Vergelijking
Hiermee wordt de
integraal:
Vergelijking
Ik stel:
Vergelijking
Hiermee wordt de integraal:
Vergelijking
Deze integraal staat te boek als de elliptische integraal van de eerste soort. De oplossing van die integraal kun je elders vinden in de tabel met integralen:
Vergelijking
Nu moet t uiteraard weer vervangen worden door x:
Vergelijking
En ik ga h anders opschrijven:
Vergelijking
Die eerste term van het antwoord neem ik ook nog even onder handen:
Vergelijking
Om het uiteindelijke antwoord op te schrijven neem ik de reeks met al die sinussen, want die convergeert het beste:
Vergelijking
Om te voorkomen dat je tegen de grenzen van je rekenprogramma aanloopt is het wel handig om niet iedere term opnieuw te berekenen, maar ten opzichte van de voorgaande term:
Vergelijking
Vergelijking
Grafiek
De grafiek van F (x) voor a = 2, b = −4, c = −2, d = 4 (de rode lijn),
a = 8, b = −42, c = 61, d = −21 (de groene lijn) en a = 3, b = 15, c = 18, d = 0 (de blauwe lijn), C = 0,
10 termen meegenomen
Voor het maken van de bovenstaande grafiek heb ik tien termen meegenomen en dan is het even goed opletten of dat wel genoeg is. Daarom maak ik de grafiek nogmaals, maar dan met tien termen extra.
Grafiek
De grafiek van F (x) voor a = 2, b = −4, c = −2, d = 4 (de rode lijn),
a = 8, b = −42, c = 61, d = −21 (de groene lijn) en a = 3, b = 15, c = 18, d = 0 (de blauwe lijn), C = 0,
20 termen meegenomen
Voor de duidelijkheid leg ik de beide voorgaande grafieken over elkaar heen (met een ander kleurtje).
Grafiek
De grafiek van F (x) voor a = 2, b = −4, c = −2, d = 4 (de rode lijn),
a = 8, b = −42, c = 61, d = −21 (de groene lijn) en a = 3, b = 15, c = 18, d = 0 (de blauwe lijn), C = 0,
10 termen meegenomen,
de grafiek van F (x) voor a = 2, b = −4, c = −2, d = 4 (de oranje lijn),
a = 8, b = −42, c = 61, d = −21 (de paarse lijn) en a = 3, b = 15, c = 18, d = 0 (de grijze lijn), C = 0,
20 termen meegenomen
De grafieken zijn in dit geval identiek, dus tien termen meenemen is voldoende. De problemen ontstaan wanneer twee nulpunten dicht bij elkaar in de buurt komen, want dan ontstaat een van beide onderstaande situaties en moeten er heel veel meer termen meegenomen worden om tot een nauwkeurig antwoord te komen.
Grafiek Grafiek