Vectoren, vraagstuk 18

Bepaal alle vectoren u die een hoek van π/3 of 2π/3 maken met v door één vergelijking te geven in de componenten van u:



Het inwendig product van u en v is:



Dus voor cos φ geldt:



De cosinus van π/3 is een 1/2 en de cosinus van 2π/3 is −1/2. We zoeken dus de voorwaarde:



En dit brengt ons bij het eindresultaat: