Ruim tien jaar geleden, in 2006, ben ik aan de spataderen in mijn benen geopereerd. Ik was blij met de operatie, maar tegelijkertijd heb ik mijzelf altijd de vraag gesteld: waarom heb ik spataderen? Ja, het heeft met je leeftijd te maken, en of je een staand beroep hebt, en of je overgewicht hebt, en ..., en ... Nee, ik wil weten waarom IK spataderen heb en iemand anders met dezelfde risicofactoren niet. Waarom zijn er mensen die alle risicofactoren hebben, en toch geen spataderen hebben? En waarom heb IK ze wel, terwijl geen enkele risicofactor op mij van toepassing is? Dát is de essentiële vraag.

Ongetwijfeld zijn er veel meer mensen die zich afvragen waarom ze een bepaalde ziekte of lichamelijke afwijking hebben terwijl andere mensen in vergelijkbare of slechtere omstandigheden die ziekte of afwijking niet hebben. Helaas, onze maatschappij is niet ingericht op het beantwoorden van die vragen. Ik ging met mijn spataderenprobleem naar de huisarts, die verwees mij door naar het ziekenhuis, daar ben ik uiteindelijk geopereerd en daarmee was mijn zaak afgehandeld. Laat ik even heel duidelijk zijn: ik heb niets dan lof voor mijn huisarts en het ziekenhuis. Alleen bleef mijn knagende vraag onbeantwoord: waarom heb ik spataderen? Waarom IK? Het logische antwoord is: dat komt door mij, ik doe het zelf, IK sloop mijn eigen aderen. En waarom is dat het logische antwoord? Omdat IK wel spataderen heb en talloze andere mensen in dezelfde, of slechtere, omstandigheden niet. Dus het moet wel komen door iets in mij. IK sloop mijn eigen aderen!

Er gloort een nieuw perspectief

Toen ik 47 was werd mijn leven fundamenteel anders. Ik stopte begin 2010 met het bedrijf dat ik had, en ik had nog geen ander werk waardoor ik in een onverwachte sabbatical terecht kwam. Een onbewuste hartenwens ging in vervulling en er kwam rust in mij, en daardoor begon ik ook (eindelijk) te voelen en (eindelijk) na te denken. Beetje bij beetje begon ik het leven te snappen, en heel voorzichtig begon ik echt te leven. Wat mij onder andere bewust werd is dat wij, mensen, angstwezens zijn en dat (nagenoeg) alles wat wij doen en laten gedreven wordt door angst. Maar bovenal, dat ervaringen zich kunnen vastzetten in ons lichaam in de vorm van spanningen. Of beter gezegd, juist de niet-geleefde ervaringen zetten zich vast in ons als verstarringen van impulsen die we hebben moeten onderdrukken in ons leven.

En voel je dat? Nee, dat voel je niet, omdat je het gewend bent en omdat het bijbehorende gevoel simpelweg onderdrukt en/of uitgeschakeld wordt. Bal je vuist (bijvoorbeeld) maar eens meerdere minuten lang. Mocht je dat überhaupt volhouden, dan zal het in ieder geval (veel) pijn gaan doen. Zo onvoorstelbaar als het klinkt, maar in mijn lichaam (en het jouwe) zijn spieren continu in deze toestand, een volharding van een emotie die nooit geleefd is of afgemaakt. Woede, verdriet, pijn, allerlei angsten, een heel scala van ‘dingen’ beheerst onze binnenwereld en vreet ons min of meer van binnenuit op. En deze spierspanningen, of pijnlichamen, of hoe je het ook noemen wilt, slopen mijn aderen totdat ze uit elkaar spatten. Spataderen dus. Het is zo logisch.

En nu komt de magie. Want vandaag was ik bij een therapeute die mij masseerde en die die punten ‘waar de boel vastzit’ kan voelen. Maar de echte magie is: door haar kon IK het zelf ook gaan voelen. Door haar KAN ik voelen wat ik niet KON voelen. Al die plekjes in mijn benen werkt ze af en ik voel ze dan ook en ik voel de pijnen en emoties die ik (mijn ego) eigenlijk niet wil voelen of zelfs maar wil erkennen dat ze bestaan. Alles wat (onbewust) hard en (onbewust) pijnlijk was lost langzaam op. Pijn wordt liefde, opgekropte woede wordt vrede. Waarlijk een kosmisch geschenk om zo’n therapeute te treffen!

Ik op de massagetafel, woede wordt vrede
Karel de Vlieger,
januari 2018