Reisverslag Armenië

Dag 1, vrijdag 11 augustus 2017

Na enkele minuten verschijnen de Georgische grenswachten weer en krijgt iedereen zijn/haar paspoort terug en nog weer een paar minuten later gaat de trein weer rijden. Een half uur later stopt de trein opnieuw en binnen een mum van tijd staat de trein vol met Armeense grenswachten. Zij hebben mobiele apparatuur bij zich en scannen de paspoorten ter plekke. Ook bij het scannen van mijn paspoort gaat het groene lampje branden en na een half uur is de hele trein gedaan en kunnen we definitief Armenië inrijden. Ik val zowaar in slaap en pak toch nog een aantal uren nachtrust.

Ik heb nog een uitgebreid gesprek met (alweer) een Iraniër en zijn Amerikaanse vrouw. Hij is tevens Koerdisch en dat maakt hun leven bijzonder gecompliceerd. Ze kunnen niet naar de Verenigde Staten, want hij is Iraniër. Zij is ongewenst in Iran. Hij durft niet terug naar huis, want dan eindigt hij waarschijnlijk in de gevangenis (als Koerdische landverrrader of zoiets). Zijn paspoort verlengen en dergelijke doet hij bij ambassades ver van Iran, en tot nu toe lukt dat. Voor elke grensoverschrijding op deze planeet moeten ze eerst door ellenlange procedures van vele maanden van de wederzijdse regeringen. Ze lijken erin te berusten. Alles voor de liefde.

Aankomst op het station van Yerevan

Om half acht arriveren we in Yerevan. Dat betekent dat er gelijk van alles op mij af komt terwijl ik moe ben van de reis. Waar kan ik geld trekken? Wat is de wisselkoers? Waar is een WC? Waar ben ik? Waar moet ik heen? Hoe kom ik daar? Ik vind vlot een geldautomaat. Maar terwijl je in Nederland pas je geld krijgt wanneer je je bankpas terug hebt gepakt werkt dat hier niet zo. Ik krijg direct mijn geld en vergeet mijn pas terug te pakken en loop weg. Gelukkig beginnen de wachtenden na mij gelijk te roepen “Mister! Mister!” en heb ik mijn pas direct weer in handen. Oef, dat loopt goed af!
De Armeense munteenheid is maar een fractie van een eurocent waard, en mijn portemonnee staat nu bol van de briefjes van duizend en tienduizend.


Sowjet ten voeten uit. Een betonnen trap is verrot
en afgebroken. Er wordt niet gerepareerd noch worden
er veiligsheidsmaatregelen genomen zodat mensen
er niet afkukelen.

Yerevan is schrikken. Ik zeg tegen mezelf: “Karel, je bent moe en je ziet het allemaal wat minder positief”, maar Yerevan is volgens mij nog steeds een typische sowjet-stad. Wat hebben ze hier gedaan de afgelopen twintig jaar vraag ik mij af. Eerste indruk: Yerevan kan niet in de schaduw staan van Tbilisi. Ik hoop heel erg dat dat niet klopt. Ik zoek mijn hostel op en kan gelukkig al inchecken, want mijn bed is al vrij. Eerst maar eens even uitrusten.
Na een aantal uren chillen ga ik opnieuw de stad in en het ziet er dan inderdaad allemaal vriendelijker uit. De stad is tot leven gekomen en de grijze lucht van vanochtend heeft plaats gemaakt voor een stralende Zon. Toch lijkt de onontkoombare conclusie dat de Armeniërs de 21e eeuw niet in durven of willen en in hun sowjet-verleden blijven hangen. Sowieso lijken ze niet op Europa gericht maar op Rusland. In Georgië wemelde het van de EU-vlaggen en ik heb er hier nog geeneen gezien. Hier verkopen ze T-shirts met de beeltenis van Poetin of met CCCP erop, en dat is weer ondenkbaar in Georgië. Heel veel hier is typisch sowjet: bouwen met gewapend beton en daarna afsmeren met cement of marmeren platen erop als het netjes moet zijn. Op overheidsgebouwen staat de functie ook aangegeven in het Russisch, dat zie je ook niet in Georgië. Net als in de Sowjet-Unie lijkt onderhoud en reparatie niet te bestaan en diverse parken zijn volledig in verval. Standbeelden zijn vaak ook à la sowjet: groot en van beton. Ik doe mijn best om iets foto-waardigs te vinden, maar op deze eerste dag in Armenië wil dat nog niet lukken.

Ook hier in dit hostel loop ik weer een Iraniër tegen en het lijf en hij deelt zijn maaltijd met mij. Omdat destijds bij de Iraanse omwenteling in 1979 de Amerikaanse ambassade is vernield moeten Iraniërs die nu een visum nodig hebben nog steeds naar een ander land om daar een visum te halen bij een ambassade van de VS. Deze Iraniër mag gaan studeren in de VS en is enkel voor zijn visum helemaal naar Armenië gevlogen.

Het Plein der Republiek

Dag 2, zaterdag 12 augustus 2017

Bij het ontbijt ontmoet ik de mensen die mij gisteren terugriepen bij de geldautomaat, omdat ik mijn bankpas was vergeten. Het is een Italiaans stel dat ook hier in het hostel verblijft en ik bedank ze uiteraard nogmaals heel hartelijk. Verder zijn er nog wat Chinezen aanwezig en Iraniërs en ik hoor ook mensen Russisch praten. Het is eigenlijk gewoon een allegaartje zoals het hoort. Het is ook geinig om te zien op hoeveel verschillende manieren je een gekookt ei kunt breken. Ik doe het met een lepeltje, een ander ramt het ei tegen zijn voorhoofd, een derde gebruikt zijn knokkels, een Japanse jongedame geeft een vastberaden tik tegen de tafelrand en de Chinezen slaan en rollen hun ei kapot op het bord.

Yerevan

De kaart van Yerevan maakt mij duidelijk dat er niet echt een soort gezellig centrum is waar je een dagdeel rond kunt kuieren. De bezienswaardigheden zijn behoorlijk verspreid over de stad. En ze hebben geen tourist-information. Ik heb een uitgebreide kaart van Yerevan gekocht, maar de legenda heeft geen symbool hiervoor (in de Sowjet-Unie kwamen immers ook geen toeristen, enkele uitzonderingen daargelaten). Er staan wel fabrieken aangegeven op de kaart, hoe sowjet wil je het hebben?


Kapitein Haak

Ik heb vervoer nodig om mij door de stad te kunnen bewegen, want om te wandelen is het allemaal te ver. Ik besluit een fiets te gaan huren en gisteren zag ik een plek waar dat kon. Daar ga ik heen en dan wordt ook in één klap duidelijk wat ik telkens met sowjet bedoel. Bij de verhuurder staan een aantal fietsen van slechte kwaliteit en allemaal hebben ze minstens één lekke band. De volgende Kafkaëske dialoog ontstaat:
“Goedemorgen, ik wil graag een fiets huren.”
“Dat kan.”
“Maar deze fietsen hebben allemaal een lekke band.”
“Dat klopt.”
“Hebt u ook andere fietsen?”
“Nee.”
“O.”
Maar op z’n sowjets geredeneerd hééft deze man een baan, hij verhuurt fietsen. Ik vraag hem nog of hij een andere verhuurder weet en hij zegt/gebaart: hier de hoek om en dan nog vijftig meter. Daar zit (uiteraard) geen verhuurder, ik zoek nog een tijdje verder zonder resultaat en besluit terug te keren naar het hostel. Ik vraag daar aan de receptioniste of zij een fietsenverhuurder weet en via Google vindt ze er eentje. Ik loop daar heen en dit is zoals het hoort. Het is een jongeman, hij heeft behoorlijk wat fietsen en van goede kwaliteit, hij spreekt Engels en is klantvriendelijk. Ik huur een fiets en ik ben helemaal in mijn nopjes. En weet je wat een geweldig bij-effect is van een fiets huren? Iedere dag weer vragen tientallen taxichauffeurs aan mij of ik een taxi nodig heb en zolang ik in het bezit ben van een fiets laten ze mij met rust.



Het cascade complex

Ik fiets eerst maar eens mijn neus achterna en ik arriveer daardoor vanzelf bij één van de dit-moet-je-gezien-hebben plaatsen: het cascade complex. Meer dan 500 traptreden brengen je bovenaan bij een monument. Overzichtsplaatjes op internet zien er indrukwekkend uit, maar van dichtbij is het een heel stuk minder. De trappen gaan nog wel, maar vooral de omgeving van het monument verkeert in slechte staat. Het wemelt van de (zeer) moderne kunst, maar daar moet je dan uiteraard wel van houden (een stoplicht, een met zilverpapier beplakte auto, enzovoort, een leeuw gemaakt van banden vond ik wel mooi). Bovenaan heb je een goed uitzicht over de omgeving en daar zie ik: het standbeeld van Moeder Armenië.


Een leeuw gemaakt van banden

De Matenadaran

Met mijn fiets probeer ik een route te vinden naar het standbeeld en ik stuit op een gebouw dat ook om verkenning vraagt. Dit blijkt de Matenadaran te zijn, een instituut dat zich richt op het onderzoeken van oude geschriften. Binnen hebben ze een overzichtstentoonstelling met boeken en manuscripten waarvan de oudste exemplaren ruim meer dan duizend jaar oud zijn! Dit vind ik wel heel gaaf om te zien en alles is keurig uitgestald en met teksten erbij die uitleg geven in drie talen (Armeens, Russisch en Engels).


Een wiskundeboek uit de Middeleeuwen

Een wiskundeboek van vijf eeuwen oud, een boek van meer dan tien eeuwen oud met gospelliederen, medische boeken uit de twaalfde eeuw, hele oude Korans, het ligt er allemaal. Ik ben onder de indruk van wat ze toen al in elkaar konden zetten en het ziet er hier ook allemaal keurig uit.


Moeder Armenië

Ik vervolg mijn weg naar het standbeeld en ik ben blij met mijn fiets met versnellingen, want het gaat steil omhoog. Om bij het beeld te komen moet ik nog een stuk over de snelweg maar uiteindelijk sta ik oog in oog met Moeder Armenië. Er staan vier van deze moeders in het gebied van de voormalige Sowjet-Unie: in Volgograd (Rusland), Kiev (Oekraïne), Tbilisi (Georgië) en hier in Yerevan. En nu heb ik ze dus alle vier gezien, weer iets van mijn bucketlist. Die van Volgograd, gemaakt van beton, is verreweg de mooiste en indrukwekkendste. Mijn nummer twee is de koperen versie naast mij, dan komt de aluminium moeder van Kiev en de minste (ook qua afmetingen) is het aluminium exemplaar in Tbilisi. De moeders hebben alle vier een verschillende houding en deze dame hier heeft het heft van een zwaard in haar rechterhand en het blad rust in haar linkerhand. Een niet-agressieve houding, maar tevens een uitstraling van “met mij hoef je niks te flikken” (niet zo vreemd, want het zwaard is meer dan tien meter lang). Voor de volledigheid: de moeder in Volgograd is vol in de aanval, de moeder in Kiev heeft passief haar zwaard verticaal, en de moeder in Tbilisi heeft ook haar zwaard horizontaal maar in haar tweede hand een kelk om wijn uit te drinken (voor de verzoening).


De moeders in Volgograd (Rusland), Yerevan (Armenië), Kiev (Oekraïne) en Tbilisi (Georgië)
De laatste halte voert mij naar het noorden van de stad waar volgens de kaart een botanische tuin is. Hier kan ik kort over zijn, dit is gewoon een zooitje.
De weg daar naar toe was wel meerdere kilometers continu fors klimmen en nu ga ik dus weer afdalen. Met flinke snelheid dender ik naar beneden via een zesbaansweg. Onderweg komt er nog een zesbaansweg bij en al die auto’s willen invoegen en ik wil daar tussendoor. En een stuk verderop splitst de weg zich in twee zesbaanswegen en ik moet de linker hebben. Dit zijn typisch die verhalen die je later aan je kleinkinderen vertelt...

Dag 3, zondag 13 augustus 2017

Ik heb mij ingeschreven voor een tour die langs een aantal bezienswaardigheden voert buiten Yerevan. Er zijn drie deelnemers, het Italiaanse-stel-van-de-bankpas en ik. Waarom iedereen zo lovend is over Yerevan is mij een raadsel (zoals inmiddels wel duidelijk zal zijn), maar de schoonheid van de rest van het land wordt mij vandaag getoond. Trouwens, eerlijk is eerlijk, vandaag is het zondag, er is minder verkeer in de stad, alle fonteinen zijn aan, er is een hoop volk op straat, en ik liep vanavond nog door het centrum en over het centrale plein en ik vond het heel sfeervol en gezellig.

Omgeving Yerevan, op de achtergrond zijn (vaag) de
Turkse bergen zichtbaar

De Garni tempel

Het Gephard klooster, deels uitgehouwen in de
rotsen (links) en deels gebouwd (rechts)

Het Sevanavank klooster met op de achtergrond het
meer van Sevan

Aan historische plekken hebben de Armeniërs absoluut geen gebrek. In deze regio wonen al sinds duizenden jaren mensen, Yerevan bijvoorbeeld is zelfs ouder dan Rome, en al die mensen hebben hun sporen nagelaten. En veel van die sporen zijn vandaag de dag nog in meer of mindere mate zichtbaar.
De gids brengt ons vandaag eerst naar een of ander oud optrekje vanwaar je een geweldig uitzicht hebt, en waar een beroemde Armeense dichter ooit inspiratie opdeed voor zijn meesterwerk, en vervolgens gaan we naar de Garni tempel, het Gephard klooster en het Sevanavank klooster. Allemaal mooi en indrukwekkend. Het is een bijzonder idee dat vele eeuwen geleden dit allemaal met relatief primitieve werktuigen en veel lichamelijke arbeid is neergezet. Of in geval van het Gephard klooster: grotendeels in een berg is uitgehouwen. Letterlijk monnikenwerk. Al krijg ik niet het idee dat de ladingen toeristen die continu aan- en afgevoerd worden dezelfde overpeinzingen hebben. Zoals mijn oudste zoon ook al eens opmerkte: ze komen, schieten massa’s selfies, al dan niet gewapend met selfie-sticks, en slenteren of snellen verder. De diepgang van het moment ontgaat hen volledig. In het Gephard klooster zijn nog monniken actief en eerlijk gezegd krijg ik niet de indruk dat zij die diepgang wel doorvoelen. Maar goed, dat is mijn idee.

Behalve bij de tempel wordt nergens entree gevraagd. Er zijn wel kaarsen te koop voor diegenen die een kaarsje willen opsteken en mijn schatting is dat er per dag vele duizenden doorheen gaan. Dan heb je inderdaad al inkomsten genoeg. Want wat zijn die Armeniërs druk met kaarsen opsteken, maar ook met (rozenkransen) bidden, kruisjes slaan en muren, deuren en wat-al-niet-meer kussen. Armeniërs zijn Christelijk en etaleren dat maximaal.

Eerder meldde ik al dat het lijkt alsof de Armeniërs op de een of andere manier in de twintigste eeuw zijn blijven steken. Mijn observatie is dat de Armeniërs, zo Christelijk als ze zijn, het verleden niet kunnen laten rusten. Een eeuw geleden zijn ze slecht behandeld door de Turken en daarvoor eisen ze nog steeds erkenning en genoegdoening. Het onderwerp “de Azerbeidzjanen” zorgt ook voor stemverheffing en maakt dat onze gids niet meer hoort wat wij zeggen, maar alleen nog zijn eigen retoriek. Wanneer ergens meer dan één Armeniër sterft is er al sprake van genocide (is mijn indruk) en zowel de Turken als de Azerbeidzjanen hebben zich daar schuldig aan gemaakt. Van 1988 tot 1994 hebben Armenië en Azerbeidzjan oorlog gevoerd om de Azerbeidzjaanse regio Nagorno-Karabach en die is nu onder controle van Armenië. Voor onze gids is het klip en klaar dat dat nimmer meer zal veranderen. Hij komt over als een intelligente man met veel historische kennis, maar ten aanzien van Turken en Azerbeidzjanen vertoont hij Wilders-gedrag. Met een Europees georiënteerd Georgië aan de noordgrens en ‘allemansvriend’ Iran aan de zuidgrens is het Armeense feest (en isolement) compleet en veel Armeniërs verlaten dan ook definitief hun moederland, blind voor zichzelf. Oftewel, het zijn doodgewone mensen.
Mijn observatie, dat de Armeniërs het verleden niet kunnen laten rusten, was de Italianen trouwens ook al opgevallen.


Droog en dor

Goed, dat waren mijn diepere overpeinzingen vandaag.
Wat verder de boventoon voert is het landschap. Ook al is het in dit jaargetijde droog en dor, het landschap is absoluut prachtig. Alles heeft een bruin-geel kleurtje van de droogte met hier en daar nog een groen struikje en toch is ook dit de schoonheid van de werkelijkheid. Bruine berghellingen en steile rotswanden, het komt allemaal voorbij. Dus ook de kilometers die we afleggen tussen de bezienswaardigheden zijn een lust voor het oog.
En we sluiten de dag af bij het meer van Sevan, waar we verkoeling kunnen zoeken in het frisse bergwater.

En waar windt onze gids zich ook (een beetje) over op? Dat ik zo hard de deuren van de auto dichtgooi. En hij doet mij even voor hoe zachtjes ik dat maar hoef te doen.

’s Avonds laat loop ik nogmaals de stad in om de sfeer te proeven. Het stadsbestuur van Yerevan haalt voor deze gelegenheid alles uit de kast om mij te laten zien dat het hier niet alleen maar oude sowjet-meuk is. En met succes. Ik wandel naar het centrale plein van de stad en alle gebouwen daar baden in een zee van licht. Er is heel veel volk aanwezig op deze hete zomeravond. Uit de luidsprekers klinkt prachtige klassieke muziek en de fonteinen zijn vol in actie. Een imposante en schitterende waterorgelshow wordt op de bühne gebracht, waarbij de fonteinen het water tientallen meters de hoogte in spuiten. Eindelijk raakt Yerevan bij mij een snaar, en hoe!

Waterorgelshow op het Plein der Republiek

Dag 4, maandag 14 augustus 2017


Graag zittend downloaden

Het ontbijt is eigenlijk altijd al gelijk een hoogtepunt van de dag. Er ontstaat vandaag wat conversatie met een groepje Chinezen, maar dat werkt niet want ze spreken geen van allen Engels. Op een gegeven moment zegt één van hen “thank you” (dankjewel), en ik zeg “you do speak English!” (je spreekt wel Engels!). De grap komt over en de hele ontbijttafel ligt dubbel van het lachen.
Het blijft leuk wat voor volk je allemaal treft. Gisteren arriveerde een Koreaan die via Kazachstan hier naar toe is gefietst. En er is een Iraniër waarmee ik goede maatjes ben geworden. Hij is hier stamgast totdat zijn visum is gefikst.
In dit hostel hebben ze trouwens plaatjes op de toiletten om mensen te manen zittend te gaan poepen. In diverse Aziatische landen is het gebruikelijk om gehurkt te poepen en eerder hoorde ik daar ook al een hostelhouder over. Hij moet regelmatig de WC-brillen vervangen, omdat gasten hun voeten op de bril zetten die dan uiteraard kapot gaat. In dit hostel dus het expliciete verzoek om zittend te ontlasten.

Vandaag kies ik weer voor de fiets. Het is maandag, dus dat betekent dat alle musea dicht zijn. Dat is een beetje jammer. Maar verder is het gewoon zo prettig om je gemakkelijk te kunnen verplaatsen binnen de stad. Wandelen is vaak te ver en om gelijk het openbaar vervoer in te kruipen is dan weer net te omslachtig.
Ik kuierfiets wat door de stad en regelmatig zit ik op een bankje om deze wereld in mij op te nemen (en om bij te tanken, want het hangt vandaag weer tegen de veertig graden aan). Het geeft aanleiding tot veel bezinnende gedachten. Terwijl bij ons in het Westen de emissieregels steeds stringenter worden, rijden hier nog Russische vrachtwagens die bij het optrekken de halve straat in een zwarte wolk hullen. Terwijl wij minitieus ons afval scheiden is het hier al heel wat indien afval überhaupt in een afvalbak terecht komt. En toch is het heel belangrijk wat wij doen. Maar omkering van de opwarming van de Aarde, of zelfs maar afremming, lijkt vanuit hier bezien een totaal hopeloze zaak.

Goed, dat was de vrolijke noot en om gelijk maar op die toer verder te gaan: ik arriveer bij een of ander instituut/museum betreffende de behandeling van de Armeniërs door de vroege Sowjet-Russen zoals Lenin en Stalin. Begin jaren twintig van de vorige eeuw wilden Lenin en Stalin graag vriendjes blijven met de Turken over de ruggen van de Armeniërs en daar zijn ze dus ook nog verbolgen over. En later zijn de Armeniërs ook nog vervolgd door de Russen (de ‘zuiveringen’ onder Stalin) en dat schijnt ook nog te wringen. Ik weet het, ik val in herhaling, maar de Armeniërs hebben echt issues.


Het genocide-monument

Een ‘eeuwige vlam’ houdt de herinnering levend

Later op de dag bezoek ik het herdenkingsmonument voor de genocide die de Turken hebben gepleegd in 1915, waar de Armeniërs tevens erkenning vragen/zoeken. Dan wordt het pas echt raar vind ik, want iedere erkenner mag hier een boompje planten. En naast ieder boompje staat keurig een bordje met de naam van de erkenner en diens erkennende zin. Er zitten staatshoofden tussen, maar ook een tandartsenvereniging en soortgelijke clubs. De formuleringen zijn fascinerend om te lezen. De Paus is ook vertegenwoordigd en er staat een bordje met de tekst “Voor al het lijden dat het Armeense volk heeft ondergaan”. Hoezo genocide-erkenning?
Het monument ziet er wel mooi uit en het ligt er piekfijn bij.


Het centraal station van Yerevan

Vervelende/traumatische gebeurtenissen, daar moet je iets mee doen om te voorkomen dat het spoken worden. Dus ik fiets vandaag ook naar het centraal station waar ik drie dagen geleden ben aangekomen. En ik geef eerlijk toe: het is bij nader inzien een mooie plek. Het is een prachtig gebouw, opgetrokken uit oranje-rode steen. Hier wordt al het treinverkeer van Yerevan afgehandeld en dat zijn er nu, in de drukke zomermaanden, maximaal twee per dag. In het station hangen wel enkele borden die iets aangeven, maar dat is alleen in het Armeens en in het Russisch. Een informatieloket is er inderdaad niet. Ik kan me heel goed voorstellen dat een vermoeide Nederlandse toerist hier zichzelf even kwijt raakt. Ik trek geld bij dezelfde automaat van drie dagen geleden en ik pak nu wél mijn pas terug. Voor het station ga ik op een bankje zitten en ik raak in gesprek met één van de vele taxichauffeurs die mij vrijdagmorgen bestormden. We hebben een heel leuk babbeltje en en passant vraag ik hem waar ik morgenochtend mijn marshrutka kan vinden en hij legt mij dat haarfijn uit (de marshrutka’s zijn mini-busjes die hier grotendeels het openbaar vervoer vorm geven). Morgen is het weer marshrutkadag en als het goed is sta ik morgenmiddag in Goris in het zuiden van Armenië, een knalrood reisadviesgebied in de bergen op nog geen honderd kilometer van Iran en (naar verhouding) lekker koel (hoop ik).

Dag 5, dinsdag 15 augustus 2017


De haperende marshrutka

’s Morgens vroeg wandel ik naar het station, want daar staat als het goed is de marshrutka naar Goris. Die staat er inderdaad, maar er zijn problemen. De accu staat naast het voertuig en een monteur is druk aan het sleutelen. Na geruime tijd zit het boeltje weer in elkaar en de bus moet geduwd worden om te kunnen starten. Er worden wat mannen gemobiliseerd, waaronder ik, maar de bus wil niet starten. Er wordt een andere auto bij gehaald en met behulp van startkabels start de bus uiteindelijk wel. Toch worden de passagiers naar een andere marshrutka gedirigeerd en daarmee gaan we op pad.
We zijn amper de stad uit of de marshrutka gaat aan de kant, want we hebben een lekke band. De chauffeur gaat aan de slag om de band te verwisselen en de mannelijke passagiers zijn uitgestapt (behalve die lange Nederlander) om toe te kijken, te roken en zich er mee te bemoeien. Ik heb al vaker het gevoel gehad dat het voor mannen een belangrijke dagbesteding is om rond te hangen op de pleinen waar de marshrutka’s staan. Ze zijn geen chauffeur of passagier, maar komen puur voor het kijken, het roken en zich overal mee bemoeien.


Ararat-sigaretten

Wanneer we weer rijden passeren we na korte tijd de berg Ararat. Volgens de overlevering is dat de berg waarop Noach strandde met zijn ark toen het water van de Zondvloed weer ging dalen en voor de Armeniërs is de berg bijzonder heilig. In Armenië wordt op talloze plaatsen verwezen naar Ararat, je kunt Ararat-sigaretten kopen, maar ook Ararat-bier en er is een Ararat-bank en zo zijn er nog veel meer Ararat-verwijzingen. Terwijl we er zo langs rijden lijkt het echt heel dichtbij, ik heb het gevoel dat ik er zo naar toe zou kunnen wandelen. Dat is een vertekend beeld, maar wat nog belangrijker is, is dat de Turkse grens vlak langs de snelweg loopt. Op sommige plaatsen op minder dan een kilometer afstand, maar door de slechte relatie met Turkije is de grens dicht. Ook vanuit de hoofdstad Yerevan is Ararat duidelijk te zien, maar de berg is volledig ontoegankelijk voor Armeniërs.

Het is een bijzondere regio. Na een tijdje buigt de snelweg af in oostelijk richting en rijden we geruime tijd vlak langs Naxçivan, een in Armenië gelegen provincie/enclave van grote vriend Azerbeidzjan. Een uurtje later voegt zich aan de andere kant van de weg Nagorno-Karabach bij ons, ook van Azerbeidzjan maar sinds de oorlog van begin jaren negentig bezet door Armenië. En zo rijden we dus als het ware tussen Scylla en Charybdis door. Niet slim volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Maar afgezien daarvan is het wel buitengewoon prachtig. Er is slechts één weg en die slingert zich door de zuidelijke Kaukasus. Toen we Yerevan verlieten reden we over een zesbaans snelweg, maar dat werd al snel vierbaans en kort daarna tweebaans. Dit is een hele andere wereld dan die van de hoofdstad. Het Lada-gehalte neemt sterk toe, en de hoeveelheid verkeer neemt sterk af. Langs de weg staan soms wat huizen wat je met veel moeite een dorp zou kunnen noemen, maar over het algemeen is het de leegte die regeert. De bergen zijn vooral kaal met hier en daar wat struiken. Ik vind het prachtig. Echte kruispunten zijn er niet. Soms wijst een bordje naar links of naar rechts een of ander pad in en kennelijk wonen daar dan ergens mensen. Ik zie ook wel eens electriciteitsdraden over de bergkammen verdwijnen, kennelijk wonen daar achter dan ook mensen. Voor mij als Westerling komen dan automatisch vragen op als “hoe werkt dat met medische zorg?” en “hoe komen die kinderen aan onderwijs?”. Ook op mijn kaart staat in dit gebied alleen de weg aangegeven en wat daaraan gelegen dorpjes. Verder is het leeg. Langs de weg wordt nog wel landbouw bedreven, maar heel veel land is simpelweg ongeschikt. Er loopt her en der nog wel wat vee, voornamelijk koeien, maar andere dieren zijn niet te zien. Mannen te paard zijn ook van de partij.


De marshrutka bij de garage

De marshrutka rijdt nu met een totaal afgesleten reserveband en daarom is de chauffeur op zoek naar een garage. Hij stopt ergens waarvan ik zou denken dat het een vuilnisbelt is, maar dat blijkt een bandenzaak te zijn. Er is niemand aanwezig en daarom zoekt hij verder. Even later vindt hij een goede garage en iedereen moet uit de bus en we hebben een half uur extra pauze.
De weg is slecht, maar wat volgens mij nog veel slechter is zijn de schokdempers van de marshrutka. Ook op stukken waarvan het asfalt er best wel aardig uit ziet worden passagiers en bagage heftig door elkaar geslingerd. Anderzijds zijn er ook stukken dat er helemaal geen asfalt is en banen we ons een weg door/over een steenwoestenij.
Deze marshrutka doet ook dienst als een soort pakketjesdienst. Op een gegeven moment stopt de chauffeur en een van de passagiers moet even het adreslabel van een van de pakketjes voorlezen.

Kort na het middaguur rijden we Goris binnen. Dat blijkt net iets groter te zijn dan ik gedacht had en ik vraag mij af waar het centrum precies zou kunnen zijn (want daar bevindt zich mijn hostel). Ik ga wat rondvragen bij mijn medepassagiers en ik tref een man die ook in het centrum moet zijn en dus stap ik samen met hem uit. Ik vraag hem of hij toevallig ook weet waar het hostel is en dat blijkt in de straat te zijn waar hij woont. Hij gaat met de taxi en nodigt mij uit om met hem mee te rijden (op zijn kosten). Heel aardig! En zo arriveer ik vlot en simpel bij mijn hostel. Dat was me trouwens ook al eerder opgevallen, het gemak waarmee de mensen hier een taxi aanroepen. In dit geval hebben we bijvoorbeeld langer op de taxi gewacht dan dat we nodig gehad zouden hebben om te wandelen.

Zo stook je zelf wodka

Het hostel is absoluut een toffe plek, zo’n hostel met een studentenhuissfeertje. Een jongeman leidt mij rond en achter het huis is een tuin waar je heerlijk kunt zitten. Daar staat ook zijn apparatuur waarmee hij zijn eigen wodka stookt. Dit zijn de plaatsen waar ik mij thuis voel!
Ik raak met een Oostenrijker in gesprek die ook in Georgië is geweest en hij vertelt bijna letterlijk wat ik de afgelopen dagen ook heb ingetypt. Voor hem was het ook schrikken bij aankomst en ook hij kwam tot de conclusie dat “die Armenier sind im zwanzigsten Jahrhundert stecken geblieben” (de Armeniërs zijn in de twintigste eeuw blijven steken).


Goris

Goris is werkelijk de lelijkste en meest vervallen verzameling sowjet-zooi die je je maar voor kunt stellen. De tijd heeft hier volledig stil gestaan, de Lada domineert het straatbeeld en alleen het standbeeld van Lenin ontbreekt. En vreemd genoeg vind ik het prachtig, bijna idyllisch. Ik voel mij hier heel erg thuis. Het stadje ligt aan het eind van de wereld en wordt volledig omgeven door bergen. Nergens kun je een stuk de wereld in kijken, want overal is bergwand. Daardoor verdwijnt al aan het eind van de middag de Zon uit de stad en wanneer ik ’s avonds nog een wandeling maak denk ik voor het eerst in weken: brrr, frisjes!





Vuilnisbelt Goris

Dag 6, woensdag 16 augustus 2017

Het is hier allemaal bergachtig. Weliswaar niet zo spectaculair als in het noorden van Georgië waar de bergtoppen boven de vijf kilometer uitkomen, maar een vlakte is hier ver te zoeken. Goris zelf ligt op 1400 meter boven de zeespiegel en is strak ingeklemd tussen de bergen. Dus vandaag ga ik maar eens te voet het stadje uit om die bergen wat te verkennen (of zijn het dan heuvels omdat Goris zelf al op 1400 meter hoogte ligt?).

De brug over het riviertje (de beste van de twee)

Vanuit de stad moet ik eerst omlaag door een soort ravijn(tje), daar een riviertje oversteken, en aan de overkant kan ik de berg op. Op de berghellingen groeit wat verdord gras en verder veel distels. In de bergwand hebben ze tijdens de Middeleeuwen vele grotten uitgehakt, leuk om te zien.

Vandaag is zo’n dag dat ik eigenlijk iedere minuut wel een foto wil maken, want de omgeving is prachtig en indrukwekkend. Urenlang kom ik helemaal niets of niemand tegen. Achteraf blijkt dat wel heel positief te zijn, want in dit gebied leven ook beren (verneem ik later, nooit bij stil gestaan). En er gebeurt iets heel bijzonders: het begint te regenen. Gelukkig zijn het geen heftige buien.

Wanneer ik weer beneden ben kijk ik nog een tijdje rond op een begraafplaats. Altijd boeiend om te zien hoe dat er in andere landen aan toe gaat. De Armeniërs maken er nogal werk van. De graven hebben uitgebreide gedenkstenen, vaak met een portret van de overledene. Mannelijke overledenen zie ik regelmatig geportretteerd met een sigaret in de hand. Ik vind dat in eerste instantie een beetje raar, maar anderzijds is het zo dat tijdens hun leven nagenoeg alle Armeense mannen kettingroken dus snappen doe ik het wel. Dit zal ook wel de reden zijn dat veel mannen hier de zestig (of nog minder) niet halen. Er lopen ook zwerfkoeien hier op het kerkhof. Ze eten alles op wat hen aanstaat en in ruil daarvoor plaveien ze het hele kerkhof met stront.

Daarna ga ik Goris zelf bezichtigen. De weg door Goris is de enige stabiele noord-zuid verbinding in de wijde omgeving. Ten westen van hier liggen Naxçivan en Koerdistan, en ten oosten ligt Nagorno-Karabach, allemaal nogal gevoelige gebieden. Iraanse vrachtwagens trekken dan ook in behoorlijke aantallen door de hoofdstraat van dit stadje.
Ik sprak vandaag nog een Armeense die mij vertelde dat ze in het hotel werkt, en inderdaad is er een hotel aanwezig. Het ziet er uit als zo’n typische Intourist-bak (de hotels waar in de voormalige Sowjet-Unie de toeristen moesten verblijven), en men is bezig dit hotel op te knappen. Dat is al een uitdaging op zich, maar om het dan ook nog vol te krijgen met toeristen...

De Oostenrijker, de eigenaar van het hostel en ik gaan vanavond samen uit eten in een restaurant. Dat voegt toch een andere dimensie toe als er een lokaal iemand bij is. Hij spreekt prima Engels, hij kan adviseren (over het eten), hij kan vertalen en je komt zo van alles te weten over hoe het dagelijks leven hier in elkaar zit. Like!

Dag 7, donderdag 17 augustus 2017

De buurman van dit hostel werkt undercover als taxichaffeur voor het hostel. Tegen gereduceerd tarief brengt hij gasten naar bezienswaardigheden in de omgeving. Vandaag ben ik zijn klant, want ik ga het klooster van Tatev bezoeken. De eigenaar van het hostel regelt met de taxichauffeur de prijs en het tijdschema en daar gaan we dan. De chauffeur zelf spreekt niet één woord Engels, maar het is wel leuk om weer eens in een Lada te rijden. De meerderheid van de auto’s hier is Lada en dit geldt ook voor de taxi’s.

Uitzicht op de haarspeldbochten vanuit de kabelbaan

De taxi brengt mij niet naar Tatev, maar naar Halidzor. Halidzor is een typisch niets gelegen voorbij het eind van de wereld, maar heeft wel een super-attractie: de langste kabelbaan ter wereld. Kloosters liggen vaak op de meest onbereikbare plaatsen en je kunt toeristen via tientallen haarspeldbochten allemaal zelf naar boven laten rijden of een kabelbaan aanleggen. Dit laatste hebben ze hier dus gedaan en dat is een gouden vondst. Bijna zes kilometer (!) kabelbaan hangt er tussen Halidzor en Tatev en ergens halverwege wordt de kabelbaan over een bergkam heen geleid, het is een spectaculaire tocht. Vanaf het vertrekpunt zak je eerst een stuk de diepte in, dan ga je weer omhoog naar de bergkam, en na dat punt zak je weer flink de diepte in. Op de bergkam staat uiteraard een ondersteuningspaal waar de gondel zich overheen moet werken, waardoor de gondel begint te slingeren, en direct daarna gaan we met extra snelheid stijl omlaag. Aan het gegil van de vrouwelijke passagiers te horen is mijn buik waarschijnlijk niet de enige met achtbaangevoelens.
Zo zwevend tussen de bergen is het uitzicht magnifiek. Bijna een kwartier duurt de tocht met een continu dilemma: foto’s maken, nee, kijken en absorberen, nee, foto’s maken, nee, ... Wij zijn trouwens niet de enige zwevers. Grote roofvogels glijden majestueus met ons mee door de Kaukasus.


Het klooster van Tatev

Tatev is een gefortificeerd klooster. In de vierde eeuw zijn monniken hier aan het werk gegaan om een klooster te bouwen en in de loop van de tijd kregen ze behoefte aan zelfverdediging en zijn er een soort stadsmuren aangelegd. Wat een kolossale klus! Miljoenen kilo’s stenen zijn de berg opgemanoeuvreerd om de bouwwerken te verwezenlijken. Indrukwekkend! En bij iedere aardbeving konden ze zo ongeveer weer opnieuw beginnen met bouwen (met als voordeel dat de stenen dan al boven waren natuurlijk). De laatste keer dat het boeltje in duigen viel was in 1931 en ze zijn nu bezig om het weer op te bouwen. Voor de zoveelste keer.


Trouwen op z’n Armeens

Er staat natuurlijk ook een kerk en ik heb het geluk om getuige te mogen zijn van een Armeense bruiloft. Ik versta er uiteraard geen woord van, maar ik vind het altijd weer leuk en mooi en bijzonder om zoiets te zien (ja, ik ben een romanticus).


De kerkklok van Tatev

Een halve kilometer verderop ligt het dorpje Tatev waar ik ook nog even een kijkje neem, maar daar kan ik heel kort over zijn: het is gewoon een dorpje. Bij het klooster ga ik nog ergens wat eten: omelet met tomaat (het klinkt wellicht als een vreemde combinatie, maar het is superlekker). En daarna mag ik beginnen aan mijn terugweg via de kabelbaan, dus nogmaals een kwartier spektakel. De taxi is stipt op tijd om mij op te pikken en brengt mij weer terug naar Goris. Onderweg stoppen we nog even bij een monument (of zoiets) van waaruit je ook weer een prachtig uitzicht hebt (waar niet?).


Het gemeentehuis van Goris

Eén van de hostelgasten is een Armeens-Franse vrouw die hier bij de tourist-information werkt als vrijwilligster. Een tourist-information hier in Goris? Dat ga ik eens bezoeken. Ze heeft mij vanochtend uitgelegd waar ik dat kan vinden en na enig zoeken vind ik het inderdaad (geen enkele andere toerist gaat dit volgens mij lukken). Vier (!) jongedames zijn hier paraat om vragen van toeristen te beantwoorden. Ik krijg een plattegrond van Goris waar maar liefst 23 ho(s)tels op aangegeven staan, en dan staat degene waar ik verblijf er nog niet eens bij. Buiten mijn mede-hostelgasten heb ik hier nog geen toerist gezien (maar toeristen uit deze regio zal ik natuurlijk niet herkennen als toerist).
Later vraag ik nog aan de Armeens-Franse vrouw hoeveel toeristen er zo per dag langskomen. “Nou, eentje per dag als het druk is” luidt het antwoord. Ze bevestigt trouwens ook nog dat Yerevan inderdaad geen tourist-information heeft.

Dag 8, vrijdag 18 augustus 2017

De Oostenrijker zou vanmorgen met de marshrutka richting Yerevan vertrekken, maar bij aankomst bij de bushalte bleek de marshrutka vol te zitten en de volgende gaat pas aan het eind van de middag. Dus hij brengt noodgewongen nog een extra dag door in Goris en hij gaat daarom met mij mee naar Khndzoresk (ja, probeer dat maar eens uit te spreken!).

De hostel-taxi plus chauffeur

Khndzoresk is een dorpje niet ver van Goris dat vlakbij de grens met Azerbeidzjan ligt. De hostel-taxi brengt ons er heen en onderweg komen we een militaire kolonne tegen. Heel even gaat het door mij heen “het zal toch niet dat ze uitgerekend vandaag weer...”, maar er is gelukkig niets aan het handje (er vinden nog regelmatig gewapende incidenten plaats tussen Armeniërs en Azerbeidzjanen).


De hangbrug

Ook Khndzoresk heeft een complete grottenwoonplaats, maar deze was tot een halve eeuw geleden nog bewoond! Om de grotten bereikbaar te maken (en aantrekkelijker voor de toeristen) hebben ze een hangbrug aangelegd naar de bergwand met de grotten. En om de hangbrug te bereiken moet je eerst heel veel traptreden afdalen. De hangbrug staat ook aangegeven op de borden als “swinging bridge” (wiebelende brug) en dat is niet overdreven. Door het lopen van de mensen over de brug komt er slingering in en dat is wel geinig. Mensen met hoogtevrees en dat soort dingen zullen moeite hebben met deze brug.


De grotten (vijftig jaar geleden nog bewoond)

Het verschil met de grotten in Goris is groot. Goris is eigenlijk één grote vuilnisbelt en ook iedere grot daar is volgestort met afval. Maar hier is dat heel anders, want iedere grot is ‘gewoon’ leeg en volledig vrij van troep. En ze zijn ook nog aan het renoveren.
Ik zou hier zo morgen kunnen wonen. Bankje voor de grot, zonnepaneeltje op de berg, satelliet-internet, kristalhelder water stroomt her en der van de berg af, nog even ergens een schijtgat graven en deze kluizenaar is tevreden. De Oostenrijker heeft soortgelijke gedachten. En wat ga je dan na een maand missen? Mensen om je mee te verbinden en boeken is bij ons allebei het antwoord. Het moge duidelijk zijn dat de Oostenrijker en ik elkaar wel liggen.


Daar ligt Nagorno-Karabach

Ik besluit om terug te wandelen naar Goris om optimaal te kunnen genieten van de omgeving (en foto’s te kunnen maken wanneer ik wil en ik heb toch tijd zat). Wanneer ik om mij heen kijk tuur ik ook Nagorno-Karabach in. Het is hier een en al bergen en leegte. Alle bewoners van Nagorno-Karabach passen met gemak in een stad als Deventer of Nijmegen. Waarom oorlog voeren om dit soort gebieden? Er is ruimte zat om elkaar te ontlopen als je dat wilt. En tijdens de sowjet-periode ging het hier ook generaties lang goed.
Ruim twee uur wandel ik over de weg, de enige weg die hier loopt, en behalve de auto’s die langskomen zie ik verder alleen een keer in de verte een ruiter te paard die koeien aan het hoeden is en verder helemaal niemand. Ik trek uiteraard bekijks, want hier verplaatst iedereen zich met de auto en zeker een wandelende man is zeer zeldzaam (en bovendien trekt mijn verschijning sowieso bekijks). Hoog boven mij zweven een paar grote roofvogels. Ik weet niet of dat toeval is of dat zij weinig vertrouwen hebben in de goede afloop van mijn expeditie. Ik krijg nog spontaan een lift aangeboden en wat ook grappig is, is dat de oude Russische vrachtwagens moeite hebben om mij, de wandelaar, in te halen wanneer het bergop gaat.

Dag 9, zaterdag 19 augustus 2017

Vandaag ga ik nog een stuk zuidelijker Armenië in en dat brengt mij op het meest ver weg van huis gelegen plekje van mijn hele reis. Nog nooit was ik zo ver van huis. En waar ik nog helemaal niet bij stil gestaan heb is dat ik (bijvoorbeeld) veeeeel dichter bij China ben dan bij Nederland.

Dus op naar de marshrutka. Het openbaar vervoer (lees: de marshrutka) is hier veel minder ontwikkeld en chaotischer dan in Georgië. Op aanwijzing van de eigenaar van het hostel meld ik mij ’s morgens bij het ‘busstation’. Twee mannen en een vrouw zijn daar aanwezig. De vrouw heeft een schrift voor zich en lijkt van alles bij te houden, de mannen vallen volgens mij in de categorie ongeschoren dikbuiken die zich overal mee bemoeien. Ik vertel waar ik heen wil en dat leidt eerst tot nee-geschud. Goed, ik weet inmiddels dat ik in de Sowjet-Unie ben, dus ik zeg nogmaals waar ik heen wil en ik neem er de tijd voor. Dan begint er het een en ander op gang te komen, er wordt gebeld en op een gegeven moment krijg ik ook nog een telefoon in de handen gedrukt, met iemand aan de andere kant van de lijn die twee woorden Engels spreekt, en uiteindelijk lijkt de zaak geregeld. Om 12:00 kan ik vertrekken, en dat klopt inderdaad met wat mij verteld is, en de prijs is redelijk woeker, maar dat moet dan maar een keer.

Een monument in Goris

Ik heb nog anderhalf uur te gaan totdat de marshrutka vertrekt, en daarom ga ik eens rustig op een bankje in een park zitten. Zo zie ik hoe het openbare leven zich hier voltrekt op een zaterdagmorgen en ik krijg bezinnende gedachten (zo werkt dat nou eenmaal bij mij). Ik, als Westerling, kan wel van alles van deze plek vinden, maar de hamvraag is natuurlijk: zijn de mensen hier (on)gelukkig? Of anders gesteld: zijn ze (on)gelukkiger dan bijvoorbeeld in Nederland? Zo aan de buitenkant bekeken zou ik zeggen dat het weinig tot niets uitmaakt. Ik zie weinig tot geen vrolijke gezichten, maar dat is op zich in mijn woonplaats in Nederland niet anders.

De marshrutka vertrekt om 12:00 niet van de plek die mij aangewezen is, dus ik mis ’m bijna (en dat zou niet echt leuk geweest zijn), maar het gaat nog net goed en ik kan nog net mee. Er wordt een plankje naar beneden geklapt voor mij om op te zitten en ik ben op weg voor een gedenkwaardige rit. Deze weg, de enige die er is, leidt namelijk precies langs de grens met Azerbeidzjan. Zowel volgens de kaarten die ik heb als volgens Google maps loopt de weg zelfs enkele malen een stuk aan de andere kant van de grens. Ik let goed op of dat nog ergens aangegeven wordt, maar voor zover ik kan nagaan is dat niet het geval. Kanttekening hierbij is dat de borden eigenlijk alleen nog maar dingen in het Armeens aangeven en soms in het Russisch of Farsi (de officiële Iraanse taal). Zo nu en dan komen we jeeps met soldaten tegen en borden langs de weg waarschuwen herhaaldelijk voor mijnenvelden (als enige borden zijn deze ook in het Engels). Met andere woorden: blijf op de weg!
Tussen Yerevan en Goris was er nog wel eens straathandel aanwezig, maar dat is hier helemaal verdwenen, het is leeg en verlaten. Op sommige momenten lijkt de wereld alleen nog maar te bestaan uit de Kaukasus, de weg, de mijnenvelden en de eenzame marshrutka.

De weg is eigenlijk een aaneenschakeling van haarspeldbochten. Bovendien is de weg slecht en er is niet altijd een reling aan de ravijnkant. Maar bij hoge uitzondering heeft deze marshrutka een chauffeur die niet als een malloot rijdt en daar ben ik uiteraard blij om. Hij helpt zelfs passagiers met in- en uitstappen, dat heb ik nog niet eerder meegemaakt. Waarschijnlijk ten overvloede: de vergezichten zijn prachtig!

En zo arriveer ik in Kapan waar ik moet overstappen voor een marshrutka naar mijn eindbestemming. Dit blijkt geen marshrutka te zijn, maar een gedeelde taxi, ook goed. Nu gaan we echt het hoge hooggebergte in. De omgeving is nog indrukwekkender dan tijdens de vorige etappe. Vrachtwagens, voornamelijk Iraans, kruipen in een slakkegangetje de hellingen op. Verder is er nauwelijks verkeer. Op een gegeven moment geeft een bord aan dat we op ruim 2.500 meter hoogte rijden. De boomgrens ligt ruimschoots onder ons en we rijden door een rotsachtig landschap met hier en daar wat begroeiing. Links en rechts van ons pieken de bergtoppen tot in de wolken. Weer zo’n dag dat ik elke minuut wel een foto wil maken.

Bergtoppen tot in de wolken

Een Armeens poesje

Meghri, ingeklemd tussen de bergen

Het stadje Meghri is mijn eindbestemming vandaag. Het ligt een paar kilometer van de grens met Iran en is nog nadrukkelijker dan Goris ingeklemd tussen de bergen. De taxichauffeur is zo vriendelijk om mij bij het hostel af te zetten. Ik word hartelijk ontvangen, ik krijg gelijk koud water aangeboden en er wordt een bord met meloen op tafel gezet voor mij. Heerlijk! Een poesje nestelt zich aan mijn voeten en mijn oren ploppen nog na van alle hoogteverschillen die ik vandaag overbrugd heb. Het hostel is oude zooi, maar op de een of andere manier hebben ze er iets heel gezelligs van gemaakt. Maar bovenal: er woont hier een hele hartelijke gastvrije familie. En je weet het: it’s the people that make the place!
Meghri is volledig tegen een bergwand aangebouwd en is daardoor een netwerk van zeer steile straatjes. Ook hier is het allemaal oud en in sowjet-stijl, maar het is hier wel opgeruimd en dan oogt het gelijk heel anders. Kort na zes uur zakt de Zon al achter de bergen en ligt Meghri in de schaduw. Dat is op zich wel prettig, want het is hier stikheet. Hemelsbreed ben ik maar op ruim honderd kilometer van Goris, maar het klimaat is hier heel anders en er groeit hier van alles wat je verder nergens anders in Armenië aantreft.
Vanavond heeft mijn gastgezin een feestmaal met de familie en ik mag deelnemen. Er is een schaap geslacht, de tafel staat ramvol met etenswaren, en dit keer kan ik er echt niet omheen, dus ik ga ook aan de wodka.

Dag 10, zondag 20 augustus 2017

Het ontbijt dat mij vandaag voorgezet wordt is met afstand het lekkerste en overvloedigste tot nu toe. Het is niet alleen maar droog brood, maar ook jam en kwark en yoghurt en een omelet. Heerlijk!


Iran, aan de overkant van de rivier

Ik ben nu zo dicht bij Iran dat ik natuurlijk ook even de grens wil zien. Ik wandel aan de zuidkant Meghri uit en via een slingerweg door de bergen kom ik bij de weg die langs de grens loopt. Wanneer ik een kilometer langs de grens loop dan kan ik rechtsaf slaan en via de hoofdweg weer terug lopen naar Meghri. Ik aarzel. Her en der staan wachttorens, ik zie een stuk verderop een vierkant gebouw, waarschijnlijk een militaire post, ik weet dat aan de grens ook Russen gestationeerd zijn (om de Armeniërs ‘te helpen met het bewaken van de grens’), bovendien ben ik een buitengewoon opvallende verschijning, en bovenal heb ik natuurlijk geen zin in gedoe. Ik besluit voorzichtig verder te wandelen en eventueel om te keren als dat verstandiger lijkt.
De grens wordt gevormd door een rivier en aan de andere kant, ruim honderd meter verderop, wappert de Iraanse driekleur en kijk ik Iran in. Een klein eindje maar, want er is enkel een muur van zeer hoge donkere bergen zichtbaar. Aan deze kant van de rivier staat hekwerk met prikkeldraad die toegang tot de rivier verhindert. Aan beide zijden van de rivier is een strook van hooguit tweehonderd meter weelderig groen en daar voorbij begint weer het verdorde kale landschap. Al vrij snel komt de hoofdweg naar rechts, de ‘snelweg’ naar Yerevan, en laat ik de grens achter mij. Ik ben uiteraard blij dat ik toch doorgegaan ben, en het vierkante gebouw blijkt het ziekenhuis van Meghri te zijn...

Eenmaal weer terug in Meghri bezichtig ik nog een kerkje, hoog gelegen op de bergwand, dat ze aan het renoveren zijn (maar helaas nu gesloten is).
En vervolgens zit ik een tijd op het centrale pleintje van Meghri om te zien wat ze hier zoal uitspoken op een zondagmiddag. Nou, eigenlijk wat ze alle andere dagen ook doen. De mannen zijn aan het zitten, roken en bellen, of ze rijden rond en claxonneren heel veel (dat is hier normaal). De vrouwen doen het werk: boodschappen doen, de straat aanvegen en in winkels helpen. Drijfnat van het zweet kom ik terug in het hostel. Het is heet en in Meghri loopt volgens mij geen enkele meter horizontaal.

Ook voor Meghri geldt: de omgeving is schitterend, maar in het stadje (dorp) zelf ben je snel uitgekeken. ’s Avonds besluit ik ergens in een restaurant te gaan eten. Ik kan ook in het hostel eten, maar dan zetten ze natuurlijk de hele tafel vol met eten en ik wil het liefst een simpele lichte maaltijd met deze temperatuur. Na een flinke zoektocht vind ik een eetgelegenheid, volgens mij de enige van Meghri, en die zou ik nooit gevonden hebben indien ik niet wat minimaal Russisch kon lezen (dat heeft mij deze vakantie trouwens al vaker geholpen, credits: mijn oudste zoon). De menukaart is tweetalig: Armeens en Russisch. Ik kies een pizza, want dat is het enige dat ik kan lezen. Ik was al aangenaam verrast dat het rustig is in dit restaurant, maar dan blijkt dat ik boven moet gaan zitten want daar wordt gegeten. En ja hoor, daar staat de televisie aan en het geluid keihard (dit is immers Sowjet-Unie). De pizza laat heel lang op zich wachten en is op zich van goede kwaliteit, maar niet echt lekker. En van de lichte maaltijd die ik mij had voorgesteld komt zo ook niets terecht. Het is al donker wanneer ik terug loop naar het hostel en dat is niet handig, want er is maar op een paar plaatsen straatverlichting en daardoor zie ik de gaten in de weg niet meer (maar het gaat gelukkig allemaal goed). Bij het hostel aangekomen komt de vrouw des huizes direct naar mij toe, want ze hadden gedacht dat ik in het hostel zou eten en hadden dus een maaltijd klaar gezet maar ik liet verstek gaan. Ik geloof dat vanavond niet helemaal mijn avond is...

Dag 11, maandag 21 augustus 2017

Het doel voor vandaag is om Yerevan weer te bereiken. Op zich zou ik onderweg nog ergens een overnachting kunnen doen, maar het is mij inmiddels wel duidelijk dat de aantrekkingskracht van dit land in het landschap zit en niet in de steden. Bovendien, indien ik onderweg nog ergens zou overnachten, mag er dan morgen niets fout gaan, want anders mis ik mijn vliegtuig. Het marshrutka-systeem is leuk, maar zeker hier in Armenië niet zo betrouwbaar. Vandaag bijvoorbeeld rijdt er maximaal één marshrutka naar Yerevan. En vol is vol. En het vertrekpunt kent ook enige flexibiliteit heb ik inmiddels wel door.

Daarom sta ik ’s morgens ruim voor zeven uur bij de halte waar de marshrutka zou moeten vertrekken. “Om zeven uur staat ie daar” is mij in het hostel verzekerd. Nou mooi niet. Tegen kwart over zeven komt ie aanrijden, dat valt nog mee. Ik wil uiteraard graag zo ver mogelijk naar voren zitten om van het uitzicht te kunnen genieten. In de marshrutka heerst een bepaalde systematiek, of rangorde, net hoe je het noemen wilt. Vrouwen en ouderen bezetten de voorste rijen, jongens en jonge mannen gaan achterin. In Nederland mag ik dan officieel senior zijn, maar die vlieger gaat hier niet op. Ik word onverbiddelijk naar de achterste rij gedirigeerd waar ik tussen drie jongens/jonge mannen kom te zitten. Ik beschouw dit maar als een compliment, want een echte Armeense senior zal hier absoluut niet passen, hij zal de achterbank niet eens bereiken. De achterste bank is een verhoogde bank, want daaronder zit de bagageruimte. Dat betekent dat je vanaf die positie zo goed als niet naar buiten kunt kijken en daar had ik mij wel heel erg op verheugd. De tweede (grote) baal van vanochtend, de eerste baal was dat ik zojuist bedacht dat ik mijn tandenpoetsspullen in het hostel in de badkamer heb laten liggen.

We zitten vol en gaan dus rijden. Na een klein eindje stoppen we alweer en nemen we nog twee passagiers aan boord. De chauffeur haalt uit de bagageruimte twee planken plus kussens en die worden in het gangpad tussen de andere stoelen geklemd en zo zijn er twee zitplaatsen extra. Nu zijn we met ons negentienen en is het echt vol.
Ik heb dus alleen zicht op de onmiddellijke nabijheid van de marshrutka en dat verandert het kijkperspectief. De eerste uren van de rit bestaat zeker de helft van het verkeer uit Iraanse vrachtwagens. Er rijden ook de nodige Iraanse personenauto’s en regelmatig ook Iraanse bussen. Kennelijk kunnen de Iraniërs gemakkelijk naar Armenië, en met een regime als dat van hen wil je er natuurlijk graag even uit.
En ik wil graag mijn oordeel over de weg bijstellen. De weg is niet slecht, maar heel slecht. Terwijl je overal elders in het voormalige Oostblok uitgebreide activiteit ziet om de infrastructuur te verbeteren is daar hier geen enkel spoor van te bekennen. Dit is immers Sowjet-Unie. Over de lange rit naar Yerevan kan ik verder kort zijn: het was een lange rit en halverwege de middag sta ik in Yerevan. En het blijft een raar idee om langs mijnenvelden te rijden.

Wat algemene beschouwingen dan?
Ook hier in Armenië zie je zowel auto’s met het stuur links als auto’s met het stuur rechts. De enige reden die ik kan bedenken is dat alle niet-Lada’s afdankertjes zijn uit het Westen en dat ze gewoon alles opkopen wat ze krijgen kunnen, ongeacht het land van herkomst.

Alle leidingen (gas, water, electriciteit en telefonie) lopen in
Armenië bovengronds
Gisteren heb ik voor het eerst een vliegtuig zien overkomen. Ik loop natuurlijk niet de hele dag naar de lucht te staren, maar wanneer ik thuis in Nederland achter het huis zit zie ik met gemak tien vliegtuigstrepen. Hier is een vliegtuigstreep een zeldzaamheid.

Wanneer je een fototoestel/smartphone op een Armeense vrouw richt dan gaat ze spontaan allerlei fotomodelposes aannemen. Ze laat haar hoofd achterover hangen en kijkt dan naar de lucht en/of ze laat haar haren los hangen en nog meer van dat soort fratsen. En niet alleen de jonge meiden doen dat, maar ook vrouwen die al wat meer jaartjes op de teller hebben doen het. Effe een selfie of een ussie maken is er hier niet bij, maar wordt gelijk een hele fotoshoot. Een beetje raar, maar ook wel een grappig gezicht.

Een Armeense kassabon

Volgens mij trekt Armenië veeeeel minder toeristen dan Georgië. Inmiddels verbaast mij dat niet. Arabieren zie je hier helemaal niet en gesluierde vrouwen ook nul-komma-nul. Soms zie je een enkele Rus en buiten Yerevan zijn zelfs backpackers zeldzaam. Ik moet zelfs de eerste Nederlander nog tegenkomen! In Meghri was ik de enige gast (de vorige gasten, twee Spanjaarden, gingen net weg), en in Goris waren we op het hoogtepunt met drie gasten. Op weg naar Meghri zat er ook een Japanner in de marshrutka, maar hij reisde nog diezelfde dag door naar Iran. Vandaag was ik de enige toerist in de marshrutka. Mijn hostel waar ik nu ben heb ik niet eens vooraf geboekt, er is toch plek zat. Dat was in Tbilisi wel anders. En wat een verademing om weer eens een paar woorden Engels te kunnen spreken, want dat kun je buiten Yerevan ook wel vergeten. De Armeniërs leren als tweede taal nog steeds Russisch op school en geen Engels. Dit is immers Sowjet-Unie.

Dag 12, dinsdag 22 augustus 2017

Vaak is de laatste dag van een vakantie niet meer de meest vakantie-achtige dag, omdat het naderende vertrek zijn schaduw vooruit werpt. Het vliegveld roept en dat betekent gedoe. Inchecken, erheen gaan, uren van te voren aanwezig zijn en dan wellicht, zoals in mijn geval, ook nog een nachtvlucht.
Dus ik dacht, ik ga er nog even lekker tegenaan en schrijf mij in voor een toer langs enkele bezienswaardigheden ten noorden van Yerevan. Maar helaas, ’s morgens blijkt de toer niet door te gaan bij gebrek aan belangstelling. Er is wel een andere toer, maar die voert langs plaatsen waar ik al geweest ben.
Dat zag ik niet aankomen en ik probeer bij mezelf te rade te gaan wat ik wil en wat haalbaar is. Ergens anders nog proberen een andere toer te vinden? Daarvoor is het te laat. Weer een fiets huren? Daar zie ik het nut niet van in. Ik bekijk de kaart van Yerevan en ik zie nog wel wat aanduidingen van musea waar ik nog niet geweest ben en wat te belopen is. Dat ga ik doen en dan maar zien waar dat toe leidt.

Stalin op de sokkel van Moeder Armenië

Wanneer je als toerist in een stad met meer dan een miljoen inwoners de weg begint te kennen, en nauwelijks meer gebruik hoeft te maken van de kaart, dan is het echt wel tijd om te vertrekken. Maar goed, het is ook wel handig.

Het eerste museum dat ik aan doe herken ik als museum, omdat ik het Russische woord voor museum herken. Maar ik heb geen idee waar het museum over gaat, want daarvoor is mijn Russisch ruim onvoldoende en het is verder allemaal Armeense abracadabra. De vrouw bij de ingang spreekt alleen maar Armeens en ondanks haar goede bedoelingen word ik geen steek wijzer. Ik wil net weglopen wanneer er een man verschijnt die twee woorden Engels spreekt. Daar word ik ook niet veel wijzer van, maar het rekt de tijd totdat de volgende persoon verschijnt, een vrouw die redelijk Engels spreekt. Het museum gaat over architectuur, niet direct mijn interessegebied, maar vandaag staat in het teken van gaan met de energie en dus krijg ik min of meer een privé-rondleiding van deze vrouw. Het meeste kan mij niet zo boeien, maar ik snap nu wel het idee en de symboliek achter het ontwerp van het stratenplan van deze stad zoals dat in de 19e eeuw is bedacht. Door vele oorlogen en de sowjet-overheersing is het allemaal anders gelopen, maar er is wel degelijk over nagedacht. Ik kom er hier ook achter dat het beeld van Moeder Armenië oorspronkelijk de plek was waar een beeld van Stalin stond. Tijdens de destalinisatie is het beeld van Stalin verwijderd en Moeder Armenië is er voor in de plaats gekomen. En er staat nog wat moderne kunst in het museum waarvan een aantal exemplaren best geinig zijn. Uiteindelijk wil ze graag dat ik nog wat in het gastenboek schrijf, in het Nederlands, en zo ontstaat daar de eerste Nederlandse toevoeging.
Verderop in de straat is ook nog een museum en daar word ik persoonlijk door haar naar toe gebracht. Daar gaat het over de geschiedenis van Armenië en het is maar een heel klein museum. Ooit was Armenië veel groter en daarvan ligt nu een groot deel in Turkije, waaronder de hoofdstad van dat Armeense rijk. De Turken proberen alle sporen van die Armeense aanwezigheid uit te wissen en daar worden de Armeniërs uiteraard niet blij van (op z’n zachtst uitgedrukt).


Het historische museum van Armenië

Aan het centrale plein van Yerevan, het Plein der Republiek, ligt het historische museum van Armenië en dat is de volgende halte. In de vorige twee musea was ik de enige bezoeker, maar dit museum is gigantisch groot en het is heel druk. En het is keurig en overzichtelijk opgezet. En het is in meerderheid ook met Engelse bijschriften. Zeer opvallend detail: hier is helemaal niets in het Russisch.
Dit is een indrukwekkend en boeiend museum. Sowieso ben ik wel geïnteresseerd in geschiedenis, maar ik ben ook onder de indruk van wat ze hier millennia voor het begin van onze jaartelling al konden en deden. Potten, gereedschap, sieraden, kledingresten, karren met vier wielen en nog veel meer, het is hier allemaal te zien. De hele Armeense geschiedenis komt voorbij en ik krijg meer begrip voor het gevoel dat hier in dit land leeft. De Nazi’s hadden de “Endlösung” (definitieve oplossing) voor ‘het Joodse vraagstuk’: gewoon allemaal uitroeien. De hele wereld weet dat. De Turken hadden (en hebben) ook de definitieve oplossing voor ‘het Armeense vraagstuk’: gewoon allemaal uitroeien. Dit staat ergens met potlood in de kantlijn van de wereldgeschiedenis geschreven, maar krijgt nauwelijks aandacht. Terwijl zowel het Joodse dodental als het Armeense dodental met zes nullen wordt geschreven...
En ik weet inmiddels wel dat in alle landen (waar ik geweest ben) de musea vertellen hoe slecht ze door ‘de boze buitenwereld’ zijn behandeld, maar toch.

Dat waren dus de interessante geschiedenislessen die ik vandaag heb mogen leren (en nog veel meer). De tweede helft van de middag staat in het teken van inchecken, souvenir kopen, nog een warme maaltijd nuttigen, de rest van het geld wisselen, dat soort dingen. Privacy bij loketten kennen ze hier niet. Wanneer ik mijn geld sta te wisselen komen de mensen die achter mij in de rij staan eenvoudigweg naast mij staan en staan ongegeneerd de hele transactie te observeren. Het weren van voordringers lukt mij trouwens niet zo goed, maar ze zijn daar ook zo snel en behendig in.
Het vliegveld van Yerevan ligt, zoals gebruikelijk voor een vliegveld, een eind buiten de stad en ik besluit om daar heen te wandelen. Ik kan natuurlijk ook nog een nacht in het hostel boeken, maar dan slaap ik hooguit een paar uur en dan heb ik daarna een (prijzige) taxi nodig. Daar heb ik allebei geen zin in. Ik wandel graag, ik kan dan nog eens rustig de stad op mij in laten werken en fotograferen wat ik wil. De slaap haal ik thuis wel in.

Het oorspronkelijke stadsplan van Yerevan

Dat blijkt een hele goede beslissing te zijn. Terwijl ik Yerevan uit loop onderzoek ik onderweg ieder plekje dat onderzocht wil worden en ik fotografeer naar hartelust. Ik kom onder andere langs een gebouw opgetrokken uit rode steen met een grote vreemde gravering op de buitenmuur. Ik ken dat, dat is het oorspronkelijke stadsplan van Yerevan zoals ik dat vanochtend geleerd heb. Ineens is de vreemde gravering een prachtig stuk symboliek. Van dat soort dingen ben ik dan als een kind zo blij, dat puzzelstukjes op hun plaats vallen.


De berg Ararat, ook vanuit Yerevan duidelijk zichtbaar

Ik volg de snelweg de stad uit richting het vliegveld. Dat doet natuurlijk geen mens, maar toch ligt er langs de snelweg een voetpad. Speciaal voor mij! Vind ik echt heel tof, want ik had eigenlijk gedacht dat ik tussen de auto’s zou moeten lopen.

De Armeniërs zijn volgens mij opportunisten die met Jan-en-alleman sjansen. Er zijn Russische bases in het land, maar onderweg loop ik langs een Amerikaanse basis. Het was mij al eerder opgevallen dat ze Amerikaanse hulp graag aanpakken (via het USAID programma). Hier, op deze plek, worden Armeense soldaten opgeleid tot militaire strategen, maar de Amerikanen helpen ook met vele afgeleide activiteiten zoals scholing en wederopbouw (na de aardbeving van 1988). In het zuiden zag ik zelfs een project dat opgezet was met de hulp van Iran. Armenië pakt alle hulp aan die het krijgen kan.

Al een paar keer is mij verzekerd dat de jongere generatie in Armenië wel degelijk Engels spreekt. Ik ben dat vanavond nogmaals uitgebreid aan het verifiëren, maar dat is echt niet waar. Onderweg vraag ik iedereen die ik tegenkom (enkele tientallen personen) de weg naar het vliegveld, maar er is geen mens die mij ook maar bij benadering verstaat. Wanneer ik “airport” zeg beginnen de meesten wel te wijzen, maar verder komt het niet. Zelfs hier op het vliegveld moet er speciaal iemand bij geroepen worden om mij te woord te staan (en zelfs die persoon spreekt gebrekkig Engels). Op hét internationale vliegveld van Armenië notabene. De berichten die omgeroepen worden gaan ook alleen maar in het Armeens, heel soms ook in het Engels, maar dan is er absoluut geen chocola van te maken. Sorry, maar Armeniërs spreken echt geen Engels.

De taxichauffeurs zal ik niet missen. Wanneer ik langer dan twee seconden niet beweeg dan komen ze al weer aanzetten. En maar toeteren en schreeuwen. Ik wandel dus langs de snelweg richting het vliegveld en op een gegeven moment moet ik een klaverblad oversteken. Ik sta dus heel even stil totdat ik (redelijk) veilig kan oversteken en gelijk begint het al weer. Taxi’s gaan in de remmen (op de snelweg!), en chauffeurs beginnen te toeteren en te schreeuwen “Taxi? Taxi?”. Nee, natuurlijk wil ik geen taxi, want dan zou ik wel op een veilige plaats gaan staan en wenken. Sowieso wil ik geen taxi van iemand die naar mij schreeuwt. In de stad, wanneer de taxichauffeurs ergens zitten te wachten op een klant, beginnen ze in het Armeens te schreeuwen wanneer ik voorbij loop, net alsof ze hun hond bij zich roepen. In het begin was ik daar nog niet op ingesteld en liep ik ook nog naar ze toe en vroeg of ze ook Engels konden spreken. Dat leerde ik snel af. Als je iets van mij wilt dan kom je maar naar mij toe. En hou op met dat geschreeuw.

En toch blijf ik naïef. In het centrum van Yerevan werd ik vandaag nog aangesproken door een vrouw. Ze vraagt waar ik vandaan kom, dat soort dingen. En dan denk ik eerst echt even “goh, iemand is geïnteresseerd in waar ik vandaan kom”, maar al gauw blijkt dat ze geld wil hebben voor ‘een goed doel’. Karel 5.0 maakt hier gelukkig korte metten mee, maar Karel 1.0 had geld gegeven (uit meelij en om er vanaf te zijn).
Ik ben heel goed bezig geweest deze vakantie vind ik. Afgezien van het bankpas-incident en de vergeten tandenborstel was ik telkens goed bij mezelf. Regelmatig stond ik ook tegen mezelf te praten, of ik nam extra tijd op momenten dat onverwachte ‘dingen’ op mij af kwamen. De ‘moeilijkste dagen’ waren die dagen dat ik ergens te lang had geboekt en eigenlijk al weer weg wilde, en de dagen dat ik de hele dag met niemand kon praten omdat men alleen maar Armeens sprak. Al kan ik maar even tegen iemand “hallo” zeggen op een dag is fijn. Thuis spreek ik ook wel eens een hele dag niemand, maar dat is heel anders dan een hele dag onder de mensen zijn en toch met niemand kunnen spreken (voor mij).
Al met al waren het mooie en leerzame weken. En ik ben heel blij dat ik zoveel uren heb geïnvesteerd om het allemaal in te typen.

Dag 13, woensdag 23 augustus 2017



Yerevan Airport

Het vliegveld van Yerevan is een echt vliegveld met alles erop en eraan, maar dan klein. Er is maar één hal met zes gates overzichtelijk op een rijtje, en met twee vertrekkende vliegtuigen per uur heb je het wel gehad. Wanneer er net een vliegtuig vertrokken is dan is de hal soms helemaal leeg op die lange Nederlander na. En ofschoon mijn bagage aan alle regels voldoet zoals die op internet staan hebben ze bij de controle toch mijn nagelschaartje afgepakt.
De airconditioning draait hier op volle toeren en daarom trek ik op een gegeven moment mijn jas aan. Die heb ik al de hele vakantie voor nop bij me, maar nu komt ie dan toch nog van pas.

Het vliegtuig van LOT heeft vertraging, dus kort na vijven gaan we de lucht in. Wanneer we boven Turkije vliegen wordt het licht, maar omdat het bewolkt is is er van Turkije niets te zien. Dat blijft zo de rest van de reis. Wanneer we in Warschau landen heerst daar de polaire temperatuur van twaalf graden! Twaalf!!!
Mijn dochter vertelde dat Warschau zo’n leuk vliegveld is, maar ook dit keer ben ik niet in de gelegenheid om het vliegveld in mij op te nemen en de sfeer te proeven. Door de vertraging is het weer doorlopen en onderweg wordt nogmaals mijn bagage gecontroleerd. Mijn laptop zit tegen de rugkant van mijn backpack en om daar bij te kunnen moet weer een groot deel van de inhoud van mijn backpack eruit (en er daarna weer in, en intussen goed opletten of ik niets kwijt raak in de drukte). Maar goed, ik haal de overstap. Hoera!
Het volgende vliegtuig is een minimale-beenruimte-vliegtuig, want ik zit met mijn knieën nagenoeg tegen de stoel voor mij. Wanneer de vrouw voor mij haar rugleuning wat naar achter doet ben ik er dan ook als de kippen bij om dat in de kiem te smoren. Karel 5.0 heeft al heel veel geleerd.

Ik geloof dat ik te oud word voor de Sowjet-Unie. Vroeger vond ik al die sowjet-idioterie wel lachen, een soort absurde folklore, Monty Python nagespeeld door echte mensen, zoiets. Zo heb ik het onderweg (meestal) ook ervaren, maar nu wandel ik rond op Schiphol en ik kan mijn tranen niet bedwingen. Wat is het toch heerlijk als mensen niet tegen elkaar schreeuwen. Wat is het toch heerlijk als er geen achtergrondherrie is, dat de appelflap die ik koop mij met een glimlach wordt overhandigd, dat de verkoopster mij nog een fijne dag wenst, dat er gebruik gemaakt wordt van alsjeblieft en dankjewel, dat anders-ogenden niet uitgelachen worden, dat overal staat aangegeven wat je waar kunt vinden, dat de medewerkers van een eettentje herkenbaar zijn door hun kleding (en dat je niet hoeft te raden bij wie je moet zijn), dat mensen elkaar simpelweg proberen te helpen. Ik heb dit gevoel nog nooit gehad na een vakantie, maar het is goed om weer in Nederland te zijn!

Uit de film “Life of Brian” van Monty Python
Karel de Vlieger,
augustus 2017