De djembé

Een djembé is een Afrikaanse trommel en sinds een tijdje heb ik zo’n ding. Geweldig, vooral als je erbij stilstaat wat er allemaal gebeurt als je er mee bezig bent.

Allereerst is het ‘gewoon’ heel leuk (vind ik) om op de djembé te roffelen en om te proberen een bepaald ritme te vinden en door improvisatie dit over te laten gaan in weer iets anders. Op het eerste gezicht lijken de mogelijkheden wellicht beperkt omdat er alleen maar een vel is om op te slaan en er verder geen toetsen of snaren of andere ‘regelmechanismen’ zijn. Echter, niets is minder waar. Ik kan zelf het ritme bepalen en variëren, ik kan harder of zachter slaan, ik kan een willekeurig ritmeverschil tussen mijn linkerhand en rechterhand erin brengen, ik kan in het midden slaan of wat meer naar de rand van de trommel. Aan de rand is het geluid heel anders en klinkt het bijna alsof ik op metaal sla terwijl in het midden een diepe lage klank hoorbaar is (die de hele servieskast kan laten meetrillen). Het maakt ook nog uit met welk deel van mijn hand ik sla. Oftewel, ben ik aan het slaan of aan het trommelen. De mogelijkheden zijn eindeloos.

Door hier heel bewust mee om te gaan vind ik het instrument steeds boeiender worden (zoals eigenlijk met alles in het leven waar ik bewust mee omga). Want wat mij ook iedere keer weer opvalt is dat het gemakkelijker gaat wanneer ik er zo min mogelijk over nadenk wat ik aan het doen ben. Zo gauw ik mijn brein betrek bij de volgorde van mijn handbewegingen, en vooral bij de bewegingen die ik nog moet gaan maken, dan raak ik al heel snel de coördinatie kwijt en kan ik wel stoppen. Hoe meer ik het op mijn gevoel doe, hoe beter het gaat, en dan kan ik er ook helemaal in op gaan.

Daarnaast is het buitengewoon fascinerend om getuige te zijn van mezelf waar zich spierspanningen manifesteren. In mijn linkerarm en linkerhand heb ik duidelijk veel meer spanning dan rechts. Terwijl ik met rechts een golvende soepele beweging kan maken ziet links er meer uit als een trommelstokje (stijf dus) dan als iets soepels. In de klank van de djembé is dit direct terug te horen want het geluid dat ik met mijn linkerhand voortbreng is veel doodser en doffer dan wat mijn rechterhand teweeg brengt. Het geluid van mijn rechterhand is voller en leeft. Ook in mijn houding zet ik heel snel lichaamsdelen vast onder grote spanning, bijvoorbeeld mijn schouders. Het trommelen is voor mij daarmee ook een oefening geworden in het bewust krijgen van spierspanningen en die dan tegelijkertijd loslaten, een continue cyclus van aanspannen en ontspannen. De djembé helpt mij op een bepaalde manier om verbinding te krijgen met de linkerhelft van mijn lichaam, mijn gevoelskant. Vooral in mijn linkerbeen en linkervoet kan ik duidelijk voelen dat ‘er iets verandert’ als ik een tijdje bezig ben. Op deze manier brengt mijn djembé mij zelfinzicht en dubbele ontspanning.

Maar het is ook heerlijk om helemaal los te gaan en geestelijke spanningen via mijn lichaam te ontladen: gewoon lekker rammen dus!
Karel de Vlieger,
december 2012