Ruimte maken voor je geluid


Schilderij “Woestijnstad” van Marjolijn van Oijen

Ruimte maken voor jezelf betekent ook ruimte maken voor je geluid. Dit klinkt in eerste instantie waarschijnlijk vreemd maar geluid heeft ruimte nodig om er te zijn. En dat klinkt waarschijnlijk, als je er even over nadenkt, toch wel logisch. Onlangs heb ik dat gedaan: geluid maken en tegelijkertijd ruimte maken voor dat geluid.

Stel je voor dat je opgesloten zit in een soort cocon en door die cocon van binnenuit op te rekken maak je ruimte voor je geluid. Als je aan zoiets begint ga je ‘gewoon iets doen’ maar geleidelijk ga je zien en voelen hoe je dat doet (als je daar je aandacht naar toe brengt uiteraard). Maak je over je totale lichaamslengte ruimte of gedeeltelijk? En doe je zoiets met de handpalmen naar buiten gericht of met de handpalmen naar binnen gericht? Met de handpalmen naar buiten gericht is heel verdedigend en afwerend en zeker als je, zoals ik het deed, heel veel spanning in je handen zet. Onbewust was ik aan het vechten om mijzelf ruimte te geven. Ruimte (vrijheid!) is voor mij heel belangrijk en het gevoel erbij was dan ook “geef mij ruimte!”.

Toen ik dat van mijzelf door kreeg kon ik de spanning in mijn handen loslaten. Ik hoef immers helemaal niet te vechten voor ruimte. Ik hoef zelfs geen ruimte te maken want de ruimte is er al! Ik hoef de ruimte alleen maar te nemen, of nog beter gezegd (want nemen is nog steeds een agressieve daad): de ruimte te vormen. Nu kon ik het ook heel zacht gaan doen, met de handpalmen naar binnen gericht. Alle agressie was er ineens uit en ik was nu mijn cocon van binnenuit aan het bewerken, aan het ‘boetseren’.

Na een tijdje zo bezig geweest te zijn, en intussen ook zoekend naar het juiste geluid, passend bij deze ruimte, stond ik met mijn geluid in mijn ruimte. Ik stond. Ik stond met mijn geluid. Ik stond met mijn geluid in mijn ruimte. Mijn ruimte, die ik alleen maar naar mijn geluid hoefde te vormen en die er altijd al was en is en zal zijn.
Karel de Vlieger,
2012