Bevrijd uw kind!

Hoe ingrijpend en verstrekkend de betekenis is van ‘wij zijn ons lichaam’ en ‘lichaam en geest zijn één’, maar ook hoe harnassen gemaakt worden, werd mij van de week nog weer eens heel duidelijk. Ik sprak een vrouw die ik al heel lang en heel goed ken. Haar moeder was op zich gewoon een lieve moeder (zoals in principe alle moeders dat op hun manier, onder hun voorwaarden, zijn), maar wel eentje die absoluut geen tegenspraak duldde. Waarschijnlijk omdat die moeder enigst kind was, of omdat haar moeder of vader ook zo was, had zij een karakter ontwikkeld waarin geen ruimte bestond voor tegenspraak van de ander. Wanneer een gelegenheid zich voordeed dat iemand haar wél tegensprak dan was pure kinderlijke ongeremde drift het gevolg. In haar jeugd heeft zij waarschijnlijk nooit, of onvoldoende, ervaren wat ongeremde drift teweeg kan brengen, en hoe dit te begrenzen, en daardoor heeft zij dat patroon meegenomen haar volwassenheid in. Haar man was ook niet bij machte deze drift te beteugelen.

Omdat ik daar in het verleden wel eens thuis kwam, heb ik zelf een keer een dergelijke woedeaanval over mij heen gekregen. Ik herinner mij het voorval nog heel goed, en vooral dat zij daarbij stond te stampvoeten! Een onwaarschijnlijk raar en bizar schouwspel om een vrouw van midden in de vijftig zo buiten zinnen te zien zijn en als een klein kind te zien stampvoeten, net zoals een peuter die probeert haar zin door te drijven. Haar man liet haar maar uitrazen en stond er volledig passief en hulpeloos bij.

Van de week sprak ik dus de dochter van deze drift-vrouw en zij was in gezelschap van haar broer. Een zeer openhartig gesprek volgde waarbij ze vertelden over hun jeugd en de herinneringen aan de altijd onverwachte en zeer intense razernijaanvallen van hun moeder. Beiden hadden zij daardoor een karakter ontwikkeld van ‘dekking zoeken’, ‘zorgen dat je niet gezien wordt’, ‘lief zijn’ en ‘nergens tegenin gaan’. De vrouw en haar broer hebben ook nog een zus, in totaal telde dit gezin dus drie kinderen. Deze drie kinderen hebben alledrie een karakter waarin het nemen van initiatief zeer sterk onderontwikkeld is. Een initiatief, of een eigen mening ergens over hebben, kon in hun jeugd immers tot moeders onvoorspelbare furie leiden, waardoor elke vorm van initiatief nemen uiteindelijk onbewust al in de kiem werd gesmoord.

Nu, in hun volwassenheid, plukken zij daar de zure vruchten van. Wat nog veel opmerkelijker is, deze drie kinderen wilden onbewust alledrie niet volwassen worden. Het kind-zijn was kennelijk al zo beangstigend dat hun zielen besloten dat volwassen worden gewoonweg geen optie was. De zoon wilde zichzelf vernietigen (uiteraard onbewust) en ontwikkelde op zijn twaalfde kanker, wat hij ternauwernood overleefde. De oudste dochter is nooit getrouwd, heeft geen borsten en andere typisch vrouwelijke rondingen aan haar lichaam en is nagenoeg tot de dood van haar ouders thuis blijven wonen. Zij moet nu (ze is 54) als ‘kind’ proberen te overleven in de ‘grote boze buitenwereld’, alles wat ze doet valt haar buitengewoon zwaar, en lachen doet ze zelden. De jongste dochter wilde zichzelf ook vernietigen (uiteraard ook onbewust) en ontwikkelde op haar twaalfde een alvleeskliertumor, wat zij ook ternauwernood overleefde.

Wat onze ziel aangedaan wordt, wordt ook ons lichaam aangedaan.
Karel de Vlieger,
augustus 2011