Gebogen wetenschap

INTRODUCTIE

Als middelbare scholier (of later) hebt u ongetwijfeld wel eens gehoord van Galileo Galileï, Isaac Newton of Albert Einstein.

En voor diegenen die wis-, natuur- en scheikunde in hun vakkenpakket hadden is de lijst met bekende wetenschappers nog veel langer: Nicolaus Copernicus, Carl Friedrich Gauss, Michael Faraday, James Clerk Maxwell, Max Planck, Ernest Rutherford, Niels Bohr, enzovoort. Al deze wetenschappers (en nog een heleboel meer) hebben de wetenschap grote stappen vooruit geholpen.

Echter, vraagt men naar bekende namen van wetenschappers van na 1945 die in de exacte wetenschappen actief waren, of zijn, dan zal het zeer waarschijnlijk stil blijven. De vraag: “Noem een natuurkundewet die na 1945 geformuleerd is?” zal eveneens onbeantwoord blijven.

Hoe is dit te rijmen met het feit dat technologie juist in de periode na 1945 een enorme vlucht heeft genomen? Hoe is dit te rijmen met het feit dat alle wetenschappers die genoemd werden aan het begin van deze introductie, vanuit ons hedendaagse standpunt bekeken, over primitieve middelen beschikten en de huidige wetenschappers kunnen beschikken over zeer geavanceerde meetinstrumenten met daarnaast een computerarsenaal dat astronomische hoeveelheden data kan analyseren en interpreteren?


Conferentie van Solvay, 1927

Achterste rij vlnr: Auguste Piccard, Émile Henriot, Paul Ehrenfest, Ed Herzen, Théophile De Donder, Erwin Schrödinger, Jules-Émile Verschaffelt, Wolfgang Pauli, Werner Heisenberg, Ralph Howard Fowler, Léon Brillouin; middelste rij vlnr: Peter Debye, Martin Knudsen, William Lawrence Bragg, Hendrik Anthony Kramers, Paul Dirac, Arthur Compton, Louis de Broglie, Max Born, Niels Bohr; voorste rij vlnr: Irving Langmuir, Max Planck, Marie Curie, Hendrik Lorentz, Albert Einstein, Paul Langevin, Charles-Eugène Guye, Charles Thomson Rees Wilson, Owen Willans Richardson.


WAT IS WETENSCHAP?

Wat is wetenschap? Dit is een fundamentele vraag die eerst beantwoord dient te worden. Volgens het Koenen Woordenboek: “Het geheel van kennis betreffende enig vak van studie”. Van Dale maakt de definitie wat breder: “Het geheel van kennis en de manieren om die te verwerven”. Wikipedia zit op dezelfde lijn: “Met wetenschap wordt zowel gedoeld op bepaalde vormen van menselijke kennis als op het proces om hiertoe te komen als op de organisatie waarbinnen deze kennis wordt vergaard”. Het sleutelwoord is “kennis” en het proces (waarvan ik op dit moment in het midden laat wat dat precies moge zijn) is er altijd op gericht om de hoeveelheid kennis te vergroten. Ikzelf zou graag iets willen toevoegen, een soort gewichtsfactor om aan te geven wat de werkelijke kennis is die opgedaan wordt.

De volgende vraag is dan: “Wanneer ben ik bezig om werkelijk kennis te vergaren?”. Dit wil ik verduidelijken aan de hand van een sterk gesimplificeerd voorbeeld. Stel, u bent bij een Formule-1 wedstrijd en u hebt bij de ingang een boekje gekregen met daarin de specificaties van de raceauto’s. Motorinhoud, gewicht, lengte, breedte, brandstofsoort, alles staat erin, maar niet de snelheden. En u vraagt zich af hoe hard de raceauto’s rijden die u op het rechte eind op topsnelheid voorbij ziet zoeven. Dan zou u uw kennis omtrent de snelheid van de raceauto’s op de volgende manieren kunnen vergroten, we noemen dat de opties om kennis te vergaren (of elke optie in de praktijk haalbaar is laten we hier gemakshalve even buiten beschouwing).

Opties om kennis te vergaren: In alle gevallen heeft u uw kennis vergroot, want u weet nu de snelheid van de raceauto’s. En uw enthousiasme wordt zo groot dat u besluit om zelf een raceauto te gaan bouwen, en omdat u houdt van een uitdaging wilt u dat de nieuw te bouwen raceauto een innovatieve machine wordt die sneller kan rijden dan de raceauto’s die u bij de Formule-1 wedstrijd zag. Als we dan het bovenstaande lijstje met kennisvergaaropties overzien, dan moge duidelijk zijn dat de kans dat u inderdaad een auto bouwt met overtreffende snelheid heel snel afneemt van boven naar beneden hetgeen evenredig is met het denkgehalte van de kennisvergaaropties. Het denkgehalte is de gewichtsfactor waar ik aan het begin van dit hoofdstuk op doelde. Zonder te denken (denkgehalte = nul) wordt er geen werkelijke kennis vergaard en dus ook geen werkelijke wetenschap beoefend!


LINEAIRE WETENSCHAP

De volgende vraag dringt zich dan al weer automatisch op: “Als het denkgehalte hoog (genoeg) is, wordt er dan automatisch werkelijke wetenschap beoefend?”. Het antwoord hierop wil ik weer graag illustreren met een voorbeeld. Ditmaal een echt praktijkvoorbeeld. De relativiteitstheorie van Einstein voorspelt het bestaan van zwaartekrachtgolven. Deze golven zijn helaas nog nooit waargenomen en talloze wetenschappers breken er zich het hoofd over hoe een detectie van dergelijke golven in de praktijk gerealiseerd kan worden.

Het jongste initiatief van een lange reeks is het European Pulsar Timing Array. Ik zal u alle details besparen, maar dit project heeft tot doel om de straling van meerdere pulsars (een pulsar is een ingestorte ster die snel ronddraait en daarbij veel straling uitzendt, waarbij dit proces ook nog over langere tijd gemeten zeer stabiel is) te meten en uit verstoringen in die meetwaarden wil men het bestaan van zwaartekrachtgolven aantonen. Het behoeft waarschijnlijk geen betoog dat dit totale meetinstrument (bestaande uit vele afzonderlijke telescopen) een technisch hoogstandje zal worden met een hoog denkgehalte.

Het uiteindelijke resultaat van het project European Pulsar Timing Array kent twee mogelijke uitkomsten:
  1. er worden geen zwaartekrachtgolven waargenomen;
  2. er worden wel zwaartekrachtgolven waargenomen.
De eerste uitkomst brengt ons op hetzelfde punt als waar we vandaag staan, en de tweede uitkomst is weliswaar een fraaie bevestiging van de relativiteitstheorie maar brengt ons ook niet verder dan waar we vandaag (qua kennis) staan.

De essentie van dit voorbeeld zit in het feit dat vandaag opgeschreven kan worden wat het resultaat van dit project gaat worden. We gaan via een systematisch (lees: rechtlijnig of lineair) proces van denken & handelen naar het resultaat toe werken. En omdat dit een lineair proces is komt er ook een lineair (= voorspelbaar) resultaat. Dit noem ik lineaire wetenschap en is te vergelijken met het meten van de snelheid van de raceauto’s uit het vorige hoofdstuk. We toetsen slechts datgene wat we waarnemen aan datgene wat we allang weten.

Ondanks dat lineaire wetenschap een zeer hoog denkgehalte kan hebben, is het geen werkelijke wetenschap omdat er geen kennis opgedaan wordt die ons verder brengt, met andere woorden: geen werkelijke kennis. Het levert niet iets heel nieuws op, revolutionaire nieuwe inzichten of nieuwe verklaringen. Lineaire wetenschap beschrijft slechts de realiteit zoals we die waarnemen met toenemende nauwkeurigheid en gedetailleerdheid.

Een hoog denkgehalte alleen is dus niet toereikend om werkelijke wetenschap te beoefenen en werkelijke kennis te vergaren. Daarvoor is iets extra’s nodig; we moeten op een bepaalde manier denken.


GEBOGEN WETENSCHAP

Je kunt niet op commando iets gaan bedenken als je niet weet wat je gaat bedenken. Dat verschijnsel kent u waarschijnlijk zelf ook wel. U gaat er bijvoorbeeld ‘voor zitten’ om een Sinterklaasgedicht te schrijven, maar op dat moment willen de rijmwoorden en rijmzinnen totaal niet komen. En even later bent u met de afwas bezig en u krijgt de ene ingeving na de andere. En met die ingevingen bent u er nog niet. U hebt dan wel iets waarmee u verder kunt maar het totale eindresultaat staat nog absoluut niet op uw netvlies. En langzaam maar zeker worden de woorden zinnen, de zinnen worden strofes en de strofes gaan een totaal gedicht vormen. Dit hele proces kan echter gemakkelijk dagen of weken duren en u ziet het eindresultaat pas als het af is. Als u het eindresultaat reeds bij aanvang ‘voor ogen’ zou hebben dan kon u het gedicht immers zo opschrijven.
Vergelijk het met het beklimmen van de wenteltrap in een toren. Als u onderaan de trap staat dan kunt u niet zien waar de trap naar toe leidt en evenmin kunt u zien uit hoeveel treden de trap bestaat. Als u wilt weten wat er aan het eind van de trap is, dan zit er niets anders op dan gewoon te beginnen en trede na trede de trap op te lopen.

Het Sinterklaasgedicht dat op deze manier stukje bij beetje aan uw hersenen ontspruit is een gebogen proces. Het is gebogen omdat je bij aanvang niet ziet of weet waar je gaat eindigen. Het is daarmee ook een proces dat je voldoening geeft om mee bezig te zijn en het resultaat is een werkelijk resultaat dat je met een glimlach overhandigt aan de persoon voor wie het gedicht bestemd is.

Bij alle processen die werkelijk tot iets leiden is er sprake van een gebogen proces. Waarschijnlijk gaat u nu de clou al pakken: om werkelijke wetenschap te beoefenen moet er sprake zijn van gebogen denken! In zijn algemeenheid: gebogen denken leidt tot werkelijk resultaat. En meer specifiek, binnen de kaders van dit artikel: gebogen denken leidt tot werkelijke kennisvergaring en dan, en alleen dan, is er sprake van gebogen wetenschap.

Dus: En: Ik wil nog even stilstaan bij het gebogen denken binnen de wetenschap. Het klinkt natuurlijk wel mooi, je begint met gebogen denken en ergens in de toekomst ontstaat er een werkelijk resultaat. Maar waar begin je en hoe begin je?

Daarom even een intermezzo over axioma’s. Axioma’s zijn fundamentele, onbewezen, op ervaring berustende, stellingen. Op basis van axioma’s bestaat de realiteit die wij ‘kennen’. Onze (zeer beperkte) zintuigen nemen onze leefomgeving waar en stellen automatisch basisregels op voor die omgeving: de axioma’s. Ze zijn nooit bewezen, maar de dagelijkse praktijk ‘zegt’ ons dat ze waar zijn. Een voorbeeld van een axioma: de kortste weg tussen twee punten is een rechte lijn. Onze realiteit wordt bepaald én begrensd door alle axioma’s die wij kennen: het axiomahek.

Zolang je binnen het axiomahek blijft, zal het resultaat van wat je doet ook binnen het hek blijven, en bedrijf je lineaire wetenschap. Oftewel, wat je aanneemt als realiteit bepaalt vooraf je resultaat.

Nu weer terug naar het gebogen denken. Nicolaus Copernicus leefde van 1473 tot 1543. In die tijd werd algemeen aangenomen dat de Aarde het middelpunt is van het universum en dat alle andere hemellichamen daar omheen draaien. Een belangrijk onderdeel van het axiomahek uit de late Middeleeuwen was dus: het universum is geocentrisch (de Aarde staat centraal). Echter, Copernicus brak door het axiomahek heen (stelde de Zon centraal) en daarmee ontstond een nieuwe realiteit (deze nieuwe realiteit was in die tijd zo beangstigend en bedreigend dat Copernicus wijselijk besloot pas op zijn sterfbed tot publicatie over te gaan).

Door axioma’s ter discussie te stellen verandert ons wereldbeeld en ontstaat een nieuwe realiteit. Maar altijd begrensd door een axiomahek. Anders gezegd: wij maken het axiomahek steeds veelomvattender. Wij leven binnen het axiomahek, maar het is alleen in ons onderbewustzijn aanwezig, het is niet zichtbaar (wederom naar analogie met de wenteltrap in de toren), en ook niet doorzichtig. Door gebogen te denken zoeken wij bewust het axiomahek op en betreden de werkelijkheid achter het axiomahek (die begrensd wordt door een ander hek).

Zo zag het axiomahek er uit van een verre voorouder van ons: Binnen dat hek leefde die voorouder zijn/haar realiteit. Staat er in 2010 nog iets ‘overeind’ van dat hek?

Uiteindelijk vergroot gebogen wetenschap de realiteit op een manier die je je aan het begin van het gebogen proces nog niet voor kunt stellen. Of om met Cruijf te spreken: “Je gaat het pas zien als je het doorhebt”!


TIJD

Tijd is een ongewisse factor in de gebogen wetenschap (en in een gebogen proces in het algemeen). Als iemand in 1910 tegen Einstein zou hebben gezegd: “Het moet in 1913 af zijn!” (het werd 1915), dan had het harde werken van Einstein niet de fantastische relativiteitstheorie opgeleverd die het uiteindelijk heeft opgeleverd. In het beste geval was er nog een of andere deeltheorie uitgekomen, maar veel waarschijnlijker is dat Einstein geëffende paden was gaan bewandelen om tenminste verzekerd te zijn van enig resultaat. En geëffende paden impliceren: lineaire wetenschap. Dan kun je in dit geval denken aan, bijvoorbeeld, wiskundige uitdieping of praktische bewijsvoering van zijn voorgaande theorie uit 1905. Maar dan had hij het gebogen pad naar werkelijke kennisvergaring vrijwel zeker verlaten, omdat hij absoluut niet wist waar hij anders in 1913 zou staan met zijn resultaten op dat moment!

Maar andersom had het net zo dramatisch uitgepakt. Als iemand in 1910 tegen Einstein zou hebben gezegd: “Het moet in 1919 af zijn!” (en het werd dus 1915), dan was Einstein het ook anders gaan aanpakken en hadden we nu geen relativiteitstheorie zoals we die vandaag kennen.

De dimensie tijd is dus onmiskenbaar een essentiële factor in het proces om tot werkelijk resultaat te komen. Maar evenzo is in een dergelijk proces de dimensie tijd volkomen ongewis en valt daar vooraf niets over te zeggen, en lijkt tijd op het eerste gezicht een problematische factor.

We hebben daarentegen wel de mogelijkheid om met ons volle verstand te kiezen welk pad we willen bewandelen: lineair of gebogen. En dat de tijd op de langere termijn uiteindelijk niet tegen ons werkt, maar juist meewerkt, zal verderop in dit artikel duidelijk worden.


WAT KOST DIE GEBOGEN WETENSCHAP?

Omdat het tijdsaspect van een gebogen proces, in dit geval de gebogen wetenschap, niet concreet te maken is ligt hier uiteraard een pijnpunt. Wij, mensen, zijn immers continu op zoek naar zekerheden en een open eindje zoals deze ‘voelt niet goed’. Bovendien is er een cultuur ontstaan dat politici, beleidsmakers, de belastingbetalers of welke buitenstaanders dan ook vooraf willen weten “Wat kost dat en wat levert het op?”. Op zich een gezonde en terechte en voor de hand liggende vraag.

In plaats van de vraag te stellen “Wat kost gebogen wetenschap?”, is het beter om de vraag te stellen “Welke soort wetenschap is duurder: lineair of gebogen?”.

Het project European Pulsar Timing Array uit een voorgaand hoofdstuk is bij uitstek een exponent van de lineaire wetenschap. En dit is lang niet de eerste en waarschijnlijk ook niet de laatste poging om zwaartekrachtgolven te detecteren. Maar het zijn stuk voor stuk wel allemaal projecten waar vele miljoenen euro’s in geïnvesteerd worden. En als deze golven op een dag waargenomen worden, dan zal de reeks projecten voortgezet worden met detectoren die de golven nauwkeuriger in kaart brengen. Als ik nog even in de sfeer van de astronomie blijf: exoplaneten, infraroodstraling, gravitatie, pulsars, achtergrondstraling, supernova’s, enzovoort; alleen al in deze tak van de wetenschap zijn er vele onderwerpen waar we met steeds meer nauwkeurigheid en detail data genereren. Maar waar geen fundamentele antwoorden uit voortkomen.

De belangrijkste voormannen van de gebogen wetenschap (Einstein voorop) gebruikten voornamelijk hun hoofd en pen en papier; daar deden ze ‘het’ mee. Axiomahekken opzoeken doe je niet met geavanceerde waarnemingsapparaten of supercomputers, maar dat gebeurt in je hoofd. Alleen in je hoofd kun je de axiomahekken ‘bestormen’. Waarnemingen kunnen daarbij zeker ondersteunend zijn, maar nimmer leidend. En aangezien denken gratis is, is gebogen wetenschap per definitie goedkoper dan lineaire wetenschap. Uiteraard moet ook de gebogen wetenschapper gefinancierd worden, maar dit is van een andere orde dan wat de lineaire wetenschapper nodig heeft.


DE REIS NAAR DE AXIOMAHEKKEN

Gebogen wetenschap betekent bestaande axioma’s uitdagen. Daarom willen we een reis ondernemen naar de axiomahekken. Het startpunt hiervan kun je het beste visualiseren met ‘je staat aan de rand van een mistig landschap’:
Waar de fotograaf staat is het duidelijk wat er is. Wellicht staat er naast de fotograaf een klein kind die enthousiast uitroept “waar staat het hek van dit weiland?”. Het kind wil al wegrennen de mist in, maar de fotograaf kan hem nog net bij zijn jas grijpen. “Ik wil weten waar je blijft” zegt de fotograaf, “want in de mist kan ik jou niet meer zien en wie weet hoe lang je dan weg bent en waar je uithangt”.

Binnen de gebogen wetenschap is dit niet anders. Ergens in de mist staat wellicht een axiomahek, maar het is volkomen onbekend waar. Maar de ‘achterblijvers’ willen weten wat de gebogen wetenschapper aan het doen is. Vordert hij/zij al? Wat is er al bereikt? Hoe gaat het met de kosten? Logisch! Die gebogen wetenschapper zegt wel dat hij/zij hard aan het werk is, maar waar blijkt dat dan uit? De ‘achterblijvers’ willen weten wat er gebeurt.

Vergelijk het met ontdekkingsreizigers die eeuwen terug onontdekte gebieden betraden in Afrika, Amerika en Azie (die gebieden waren helemaal niet onontdekt want er woonden gewoon mensen, maar dit terzijde). Die ontdekkingsreizigers moesten regelmatig terug naar Europa om bij hun regering verslag uit te brengen over waar ze geweest waren, en probeerden dan te verwoorden wat de potentie was van het nieuwe gebied. Als er zilver ontdekt was dan zei zo’n regering bijvoorbeeld “ga maar door, misschien is er verderop wel goud”. Een expeditie die daarentegen een maand lang alleen maar door zandwoestijn had getrokken kon zich waarschijnlijk opmaken voor uitzending naar een heel ander gebied (terwijl er aan de andere kant van de zandwoestijn misschien ook wel een zilvermijn was). De ‘achterblijvers’ willen niet alleen weten wat er gebeurt, ze willen ook controle over wat er gebeurt (en nog gaat gebeuren).


HET MANAGEN VAN GEBOGEN WETENSCHAP

Wij leven in een lineaire wereld. Alles om ons heen bestaat uit lineaire structuren van systemen en regels. En dat is goed, want dat schept zekerheden. Vanuit onze evolutionaire achtergrond is de mens gedreven om te zoeken naar zekerheden. Heel basic: voedsel, onderdak en sociale contacten. Wanneer die zekerheden gewaarborgd zijn ontstaat er een gevoel van veiligheid, en dan, en alleen dan, is er ruimte om het leven te verrijken. Bijvoorbeeld door piano te leren spelen of door lekker op vakantie te gaan. In geval van economische neergang (recessie) lijken de basiszekerheden in gevaar (‘als ik ontslagen wordt dan moet ik misschien mijn huis uit’) en verschijnen er berichten in de krant als ‘Nederlanders gaan minder vaak op vakantie’.

Zekerheden, dat is waar het dus om gaat. Het is fijn om te weten dat als u morgen naar uw werk gaat dat iedereen dan rechts rijdt, dat uw geld niet overnight waardeloos is geworden en de schappen in de supermarkt vol liggen. Om die zekerheden te waarborgen hebben wij een lineaire wereld geschapen, want zekerheden zijn per definitie lineair: wat er vandaag is, is er morgen ook (met maximaal een kleine voorspelbare én voorspelde afwijking). Als er morgen een grote onvoorspelde afwijking is, er gaat bijvoorbeeld een bank failliet, dan is morgenavond gegarandeerd de minister-president op het journaal voor tekst en uitleg. Wij kunnen niet leven zonder onze lineaire wereld.

Alle gebogen processen (processen waarbij gevoel een rol speelt) moeten dus ingepast worden in onze lineaire wereld. Sven Kramer wil wereldkampioen schaatsen worden (gebogen proces), de schaatsbond faciliteert hem in dat streven (gebogen proces in een lineair jasje). De regisseur die een geweldige film wil maken die iedereen ‘pakt’ (gebogen proces) klopt aan bij een filmstudio (gebogen proces in een lineair jasje). Of we proberen het gebogen proces zelf volledig lineair te maken. Wilt u verliefd worden (gebogen proces)? Ga naar een datingsite (lineair proces)! Hebt u een probleem of klacht (gebogen proces)? U krijgt een call-center aan de lijn (lineair proces)!

De schaatser die wereldkampioen wil worden en de regisseur die de film van zijn leven wil maken zijn in wezen niet anders (voor de lineaire buitenwereld) dan de gebogen wetenschapper. Op gezette tijden rapporteert/demonstreert de schaatser of zijn coach de voortgang, waarna de schaatsbond een besluit neemt over verdere ondersteuning. Op gezette tijden moet de regisseur zich verantwoorden tegenover de fimstudio over zijn tijdschema en budgetsituatie, en ook hier is vervolgens het laatste woord aan de filmstudio.

Zoals de ontdekkingsreiziger regelmatig terug moest naar zijn regering om verslag uit te brengen, zo zal ook de gebogen wetenschapper regelmatig moeten rapporteren over ‘waar hij staat’. En net als bij de ontdekkingsreiziger volgt binnen de gebogen wetenschap zo een stapsgewijze ontdekking, verkenning en ontsluiting van een stuk wetenschappelijk ‘gebied’. De gebogen wetenschapper bevindt zich ‘in de mist’ (houdt zich bezig met ontdekking en verkenning), maar de ‘achterblijvers’ (bestuurders en geldschieters) houden volledige controle over het proces. Zij kunnen op elk moment besluiten hoe verder te gaan, of zelfs om niet verder te gaan.

Op deze manier zijn in het gebogen proces van de wetenschapper de lineaire parameters tijd en geld gezekerd (het lineaire kader). Bestuurders en geldschieters kunnen volledig zelf bepalen hoeveel vrijheid er aan de gebogen wetenschapper gegeven wordt: is de volgende rapportage over drie maanden of over een half jaar? Is het budget voor de komende periode honderdduizend euro of een miljoen euro? Ook gebogen wetenschap is dus volledig beheersbaar, en daarmee ook het risico.

Uiteindelijk wil men (uiteraard) ook bij de beoefening van gebogen wetenschap gewoon weten waar men aan toe is:


ZIEKTEVERSCHIJNSELEN

Als we nu weer terugdenken naar het begin van dit artikel, waar het stil bleef op de vragen “Noem een bekende wetenschapper van na 1945?” of “Noem een natuurkundewet die na 1945 geformuleerd is?”, dan kunnen we niet anders concluderen dan dat het ergens is misgegaan met de wetenschap. De wetenschap is consequent het lineaire pad gaan bewandelen!

Je kunt zelfs stellen: de wetenschap is ziek. Wat zijn dan de symptomen van deze ziekte? Er zijn tegenwoordig meer wetenschappelijke bladen en publicaties dan ooit, en dit wekt de indruk dat de wetenschap een bloeiende industrie is. En daarmee hebben we gelijk het antwoord: de wetenschap is een bloeiende industrie. Industrie is een producerende activiteit en dat produceren is binnen de wetenschap de norm geworden.

Vandaag viel er bij mij een wetenschappelijk blad door de brievenbus waarop ik geabonneerd ben. Een greep uit de titels van de artikelen die daar deze maand in staan: Allemaal heel interessant, maar gebogen wetenschap? Nou, nee... Dit zijn bij uitstek ziekteverschijnselen van de lineaire ziekte.

En nu keren we terug naar de raceauto’s uit een eerder hoofdstuk. Stel, u bent werknemer bij het bedrijf Wetenschap B.V. Uw baas komt langs en wilt dat u één van de genoemde kennisvergaaropties gaat uitdiepen en over een maand aan hem terug rapporteert. Ik weet niet welke optie u kiest maar in elk geval niet de eerste, want het zou dan zomaar kunnen gebeuren dat u na een maand weinig tot niets te rapporteren heeft. En daarmee is gelijk de kans verkeken op de ontwikkeling van een nieuwe raceauto die veel sneller gaat dan al zijn voorgangers.

Die nieuwe raceauto bestaat in een werkelijkheid die wij nu niet kunnen zien en waarvan we op dit moment zelfs niet weten waar we die zouden moeten zoeken. Want die nieuwe realiteit ligt aan het eind van een bocht (ergens achter het axiomahek) die we alleen met gebogen wetenschap kunnen bewandelen.

De ziekteverschijnselen worden steeds heftiger. Planmatig volgen de (extreem dure) projecten elkaar in steeds hoger tempo op. De hoeveelheden data die hierbij gegenereerd worden zijn inmiddels zo groot dat de analyse daarvan bezig is bijzaak te worden (men kan het simpelweg niet bijhouden). De diagnose moge duidelijk zijn: de wetenschap is in de greep van een lineaire epidemie.


KENNISECONOMIE

Ongeveer sinds de eeuwwisseling staat de kenniseconomie prominent op de agenda van de Nederlandse politiek. Binnen de kenniseconomie komt een significant deel van de economische groei voort uit technische kennis. Daar kunnen we ons met gemak legio voorbeelden bij voorstellen, want wat zou het geweldig zijn indien het Nederlandse bedrijfsleven als eerste: Waarschijnlijk komen nu bij u ook al de dollartekens in de ogen. Daarom investeren de geïndustrialiseerde landen gigantische bedragen in bestaande technologiën om die te verbeteren. Echter, de kernfusiereactor die we nu hebben is slechts marginaal verbeterd ten opzichte van veertig jaar geleden (en verbruikt zelfs nog steeds meer energie dan dat de reactor opwekt), de auto is slechts marginaal verbeterd ten opzichte van ruim honderd jaar geleden (de buitenkant ziet er wel veel gelikter uit, maar daar gaat het niet om), de weg naar de ruimte gaat nog steeds met uitermate inefficiënte chemische raketten die slechts in grootte afwijken van de allereerste raket (de V2 raket die Nazi-Duitsland in 1942 voor het eerst met succes lanceerde), en voor supergeleiding ontbreekt nog steeds de theorie (oftewel, we kunnen nog steeds niet verklaren waarom supergeleiding überhaupt plaatsvindt).

Kortom, lineaire inspanningen genoeg, maar de weg die ons naar werkelijk resultaat voert wordt niet bewandeld.

Als de dame en heren van de foto op pagina 4 in onze tijd geplaatst zouden worden en het voorgaande zouden waarnemen dan zouden ze (denk ik) eerst heel hard gaan lachen en daarna gaan ... ... ... nadenken!

Maar dat nadenken van die wetenschappers van pagina 4 (Conferentie van Solvay, 1927), en hun voorgangers, heeft wel tot op de dag van vandaag zijn spin-off: auto’s, raketten, kernenergie, (mobiele) telefonie, zonnepanelen, LEDlampen, navigatiesystemen, magnetrons, enzovoort. De lijst is eindeloos en voor al deze praktische toepassingen is de theoretische basis voor de Tweede Wereldoorlog gelegd. Maar stel dat wij nu, in 2010, een honderdtal wetenschappers zouden selecteren en hen ‘de bocht insturen’, wat zal dat ongetwijfeld een invloed hebben op het aanzien van de wereld over honderd jaar. Dan is de kans groot dat er zowel voor welvaart als economische groei enorme impulsen uit voortkomen. En misschien wel met impact voorbij Einstein! De keuze is nu!
Karel de Vlieger,
mei 2010