Het doen is de vaandeldrager van onze moderne doelgerichte maatschappij. Onze opvoeding en cultuur staan bol van doen, het wordt ons van jongs af aan geleerd dat dat de enige weg is die naar het Beloofde Land voert. Niets doen heeft een negatief imago en daarvoor hebben we woorden als luilak, uitkeringstrekker, werkschuw tuig en meer van dat fraais uitgevonden. Anderzijds lijken druk-druk-druk, overvolle agenda’s en vijftig-emails-per-dag-ontvangen status verhogend te werken. Mensen zeggen ook heel graag dat ze druk-druk-druk zijn, ze gaan prat op hun overladen agenda’s en mailboxen, maar niemand hoor ik ooit met trots zeggen dat hij of zij op een doordeweekse dag tot negen uur in bed heeft gelegen, een nagenoeg lege agenda heeft en pakweg één email per dag krijgt (ik kijk voor het gemak even naar mezelf :) ). Ik merk het ook met bellen. Ofschoon zo ongeveer iedereen in dit land tegenwoordig een telefoon onder handbereik heeft vind ik het moeilijker dan ooit om iemand aan de lijn te krijgen die dan ook nog tijd heeft voor een gesprek. Het is heel normaal dat ik achter elkaar een stuk of vijf mensen bel, maar uiteindelijk met niemand in gesprek raak. Daar hebben ze geen tijd voor (als ze al überhaupt opnemen).

Er zitten ‘maar’ 24 uren in een etmaal en daar willen we het maximale inproppen. Zelfs het onzin-concept multi-tasking is hiervoor uitgevonden. Ook kinderen worden opgeslokt door het doen. Ik zie het bij de kinderen die ik bijles geef. Rennend van sport naar muziekles komen ze tussendoor langs voor een uur bijles, onderwijl brallend over toetsen en diploma’s die gehaald moeten worden en stijf van de spanning spreken ze over de vervolgopleiding die ze gaan doen, het volgende doe-doel aan de horizon. En wel zo snel mogelijk, want anders heb je tegenwoordig ‘vertraging’.

Dit doet wat met de mensen, daar ben ik van overtuigd. Want doen lijkt ook het wondermiddel bij allerhande problemen. Indien doen niet direct tot een oplossing leidt dan gooien we er simpelweg een schepje bovenop en gaan (nog) meer doen.

Wat gaan mensen namelijk doen die tegen een burn-out aanzitten (wat ze zich doorgaans totaal niet bewust hebben)? Meer doen in een uiterste poging ‘de zaak onder controle te krijgen’ (waardoor de naderende burn-out zich alleen maar verdiept). Een burn-out wordt ook steeds meer gezien als een glorieus moment op je CV. Ik las van iemand die zei dat “het [de burn-out] het beste was wat hem ooit was overkomen”. De persoon in kwestie was eind twintig... Mensen realiseren zich ook totaal niet hoe diep de schade gaat die een burn-out aanricht, want delen van je organisme gaan permanent te gronde.

Door de doe-obsessie van deze maatschappij denken mensen (volgens mij) ééndimensionaal. Het is een lijn van doen, nog meer doen, nog veel meer doen, enzovoort. Dus ook nog in één richting. Minder doen of mogelijkheden verkennen buiten de doe-lijn zijn helemaal geen opties meer, men ziet die opties simpelweg helemaal niet.

Hard op weg naar het stipje aan de horizon, blind voor de werkelijkheid

Ik schrijf dit uiteraard volledig vanuit mijn eigen universum (zoals iedereen niet anders kan dan acteren vanuit zijn eigen immer logische universum). Maar de allerbeste beslissingen in mijn leven waren toch echt (met afstand) die beslissingen waarbij ik besloot om ergens mee te stoppen. Al die momenten in mijn leven waarbij ik mij krampachtig bleef richten op dat stipje aan de horizon hebben mij het minst gebracht (positiever kan ik het echt niet verwoorden). Juist het stoppen, loslaten, ZIJN, omkeren, of een totaal andere richting in slaan (bewust of onbewust) hebben mijn leven de afgelopen jaren juist buitengewoon verrijkt. Het zijn nu de momenten dat ik volhoud iets te doen dat ik op mijn hoede ben en doorvoel of dit nog synchroniseert met mijn gevoel, mijn energie en mijn blijheid. Ik zing bijvoorbeeld heel graag en indien ik een dag niet zing dan beginnen gelijk de alarmbellen te rinkelen. En terecht. De illusie van het doen zit diep ingeprogrammeerd en vraagt uiterste waakzaamheid. Geluk bestaat alleen NU en in jeZelf, en als stipje aan de horizon, een doe-doel, is het slechts een fata morgana.