De illusie dat ik iets te verliezen heb

Toen ik jong was zat ik op de HAVO. Er zat een meisje bij mij in de klas die ik wel heel leuk vond. Ik had allerlei visioenen over mij en dat meisje, maar ik was jong, nerdy en zo groen als gras, en ik heb nooit mijn move gemaakt. De beelden van haar dolen nog wel eens door mijn grijze massa en dan denk ik: wat had ik te verliezen? Helemaal niets! Fascinerend hoe zoiets werkt, want ik ben, zoals iedereen, als naakte hulpeloze ego-loze baby geboren en anderhalf decennium later heeft mijn brein mij al zo in zijn greep dat ik afzie van dingen die ik eigenlijk heel graag wil. Terwijl ik echt helemaal niets te verliezen had, in het ergste geval had ik een blauwtje gelopen (hetgeen ook weer één van de ziljoenen illusionaire oordelen van mijn brein is, dus ik had gewoon nul-komma-nul te verliezen).

Na mijn studie ben ik bij een grote multinational gaan werken (die van de gloeilampen). Ik vond er helemaal niets aan en aan het einde van de eerste (!) werkweek zat ik de klok al vooruit te kijken. Maar goed, ik had een baan en een goed inkomen, maar het liefst had ik gelijk weer ontslag genomen. Echter, dat gevoel was er wel, maar de gedachte kreeg niet eens meer de kans om boven te komen drijven. In mijn illusie had ik een baan, een inkomen en zekerheid en dat wilde ik niet verliezen.

Bijna twintig jaar later (!) was eindelijk de maat vol en heb ik na een hele lange aanloop de ‘sprong in het diepe’ gemaakt. Ik begon een eigen bedrijf en ik heb mijn voormalig werkgever nooit één seconde gemist. Langzaam leerde ik de harde les dat ik niets te verliezen heb.

Mijn eigen bedrijf, een bloemenwinkel, liep als een trein maar ik werkte mezelf helemaal de vernieling in. Werkweken van zestig tot zeventig uur waren heel normaal, ik sliep slecht, ik kon mijn eten niet altijd binnen houden en de lichamelijke kwalen stapelden zich op. Het enige dat ik op een bepaald moment overtuigend helder had was dat ik het anders wilde, want het ging duidelijk niet goed met mij. Na zes jaar ben ik gestopt met mijn bedrijf. Er waren nog wel bezwaren van mijn grijze massa, want van de ene dag op de andere was ik volledig zonder inkomen, maar ik wist dat ik niets te verliezen had en alles te winnen (maar van dit laatste was ik mij totaal niet bewust). Hetgeen ook gebeurde (maar dat wist ik toen natuurlijk nog niet).

We worden naakt en blanco geboren en verwerven en vergaren van alles in ons leven. We gaan naar school, beginnen ons heel wat te voelen en ontdekken de betovering van geld. Zowel materieel (auto, huis, apparatuur, ...) als immaterieel (aanzien, macht, status, ...) wentelen we ons decennia later in massa’s ‘spul’ dat op de een of andere manier bepaalt wie we zijn, maar intussen zijn we (doorgaans) ook hopeloos afgedwaald van wie we in essentie zijn.

In de film “Eat, pray, love” komt de hoofdpersoon er op een gegeven moment achter dat ze in haar leven ergens een verkeerde afslag heeft genomen en neemt de radicale beslissing om om te keren. Ze beeindigt haar huwelijk en slaat haar hele hebben en houden op in een box en gaat op reis. Staande voor de opslagbox overziet ze haar leven dat enkel nog lijkt te bestaan uit een aantal vierkante meters vol met dozen. Al mijmerend zegt ze dat tegen de eigenaar van de box en die maakt de briljante opmerking: weet u hoe vaak ik dat per dag hoor? Langzaam stapt ze uit de illusie dat ze iets te verliezen heeft.

Je hebt niets te verliezen, maar alles te winnen. Bovendien, wanneer je bang bent iets te verliezen dan ben je het al kwijt. En daar nog bovenop zijn “verliezen” en “winnen” inhoudsloze constructies die we onszelf aangeleerd hebben. Kortom: leef!