Boek hoofdstuk 1: The Matrix

In de film “The Matrix” is de hele mensheid tot slaaf gemaakt door machines die de macht op Aarde hebben overgenomen. De mensen dienen alleen nog maar als energiebron voor de machines die de lichaamswarmte van de mensen aftappen. Om dit proces zo gladjes mogelijk te laten verlopen zijn alle mensen in slaap gebracht en in hun slaap leven ze hun leven zoals wij dat allemaal kennen. Hun hersenen zijn allemaal met elkaar verbonden en iedereen weet niet beter dan dat ze echt leven en echte interactie plegen met hun medemensen. Dit systeem is de Matrix. Uiteraard, zo gaat dat in films, zijn er opstandelingen, een groep mensen die nog in de echte wereld leven, en zij bestrijden de Matrix door in die droomwereld binnen te dringen. De opstandelingen worden op hun beurt bestreden door agenten van de Matrix, eenheden software in de vorm van mensen met ogenschijnlijk onbeperkte krachten.

De opstandelingen bevrijden een man, genaamd Neo, uit de Matrix. Vanaf dat moment strijdt hij aan de kant van de opstandelingen. Wanneer Neo daarna weer infiltreert in de Matrix heeft hij dus het bewustzijn dat het leven daar allemaal illusie is en dat in theorie niets hem ervan weerhoudt om de agenten van de Matrix een pak slaag te geven. In theorie. Tot aan zijn bevrijding sliep Neo zijn leven. Nu is hij wakker, maar angst en onzekerheid weerhouden hem ervan om boven zijn slaapleven uit te stijgen. Alles is mogelijk, ‘slechts’ zijn denken zit hem in de weg.

In de loop van de film groeien Neo’s krachten, maar zijn angst voor de agenten blijft en daarom blijft hij ook de mindere van de agenten. Uiteindelijk krijgen de agenten hem te pakken en schieten hem dood. En dán valt bij hem het kwartje en krijgt hij het ultieme geloof in zichzelf. Hij is niet dood, hij denkt zichzelf dood. Hij is niet de mindere van de agenten, hij denkt dat hij de mindere is van de agenten. Hij staat vervolgens op en maakt gehakt van de agenten.

Een geweldige science fiction film (vind ik). Hoewel, fiction? Er zijn zeven miljard mensen op deze Aarde. Maar hoeveel opstandelingen? En hoeveel Neo’s? Wij willen allemaal Neo zijn, maar bent u Neo? Durft u Neo te zijn? Bent u wakker? Ik vraag mij af of ik wel wakker ben!

Ik leefde een leven. Ik heb gestudeerd. Ik heb bij een klein bedrijf gewerkt en ik heb bij een groot bedrijf gewerkt. Ik heb een eigen bedrijf gehad. Ik ben getrouwd en ik heb drie kinderen. Op 1 maart 2010 stopten mijn vrouw, Netty, en ik met ons bedrijf want we waren het stikbeu. Altijd maar werken, zeven dagen per week. Werkdagen van twaalf uur of meer waren lang geen uitzondering en kwamen veelvuldig voor. Met name ikzelf was het helemaal zat om welke kar dan ook nog te trekken, ik trek geen enkele kar meer, ik wil vrijheid! Maar ik zat voorafgaande aan deze gewenkwaardige eerste maart ook wel in de rats. Ik ben nogal gehecht (zeg maar rustig: zéér gehecht) aan geld en om zomaar te stoppen met je bedrijf klinkt wel heel stoer, maar dat betekent ook van de ene dag op de andere dag volledig inkomensloos zijn. Geen uitkering, geen enkel vangnet, helemaal niets, alleen wat spaargeld om op in te teren. Kortom, twijfels genoeg. Eén maart kwam en ging voorbij, en waar ik vooraf had gevreesd om misschien wel dagelijks met klam zweet op mijn rug rond te lopen en uiteindelijk misschien ons huis te moeten verkopen om te kunnen overleven gebeurde er niets van dat alles. Een onbeschrijflijke blijheid en rust en de-wereld-eens-op-zijn-gemak-bekijken-gevoel maakten zich van mij meester.

Eindelijk had ik rust, ik had tijd om te doen wat ik wilde. Maar wat wil ik nou eigenlijk? Er laaide een vuurtje in mij op om te begrijpen hoe de wereld werkelijk in elkaar zit (met grote dank aan mijn broer voor het aansteken van het vuurtje). Gefascineerd kijk ik vanaf de zijlijn toe hoe het werkende deel van de natie, waar ik eerst ook deel van uitmaakte, werkt. Ik zie die mensen en ik spreek die mensen en ik hoor wat zij te vertellen hebben. En vaak hoor of zie ik dat die mensen helemaal niet gelukkig zijn; veel liever zouden ze doen wat ik had gedaan, namelijk stoppen met hun werk, maar dat doen ze niet. Bewust of onbewust gaan ze tegen beter weten in gewoon door met waar ze mee bezig zijn. Ik deed mijn eerste grote ontdekking*: mensen doen niet wat ze wel graag zouden willen doen en doen wel wat ze niet willen doen. Dat mensen niet doen wat ze wel willen doen kan ik ergens nog begrijpen. Misschien vinden ze dat wel moeilijk of eng of weten ze niet goed hoe ze het aan moeten pakken. Maar dat ze zelfs niet stoppen met datgene te doen wat ze niet willen, dat vind ik ongelooflijk. Regelmatig spreken mensen hun bewondering uit voor het feit dat ik de stap genomen heb om te stoppen met mijn bedrijf. Terwijl, hoe simpel is het om met iets te stoppen? En de mensen die tegen hun zin doorgaan zijn er niet een paar, nee, dat zijn er heel erg veel. Doorzetters die hun gevoel negeren. Zo’n doorzetter was ik vroeger ook. Ik begon wakker te worden.

* Alle ontdekkingen in het boek zijn in de kantlijn aangegeven en achterin samengevat.