Uitleg artikel precessie van Mercurius: inleiding

Trefwoorden: algemene relativiteitstheorie, Erklärung der Perihelbewegung des Merkur aus der allgemeinen Relativitätstheorie/De verklaring van de periheliumbeweging van Mercurius vanuit de algemene relativiteitstheorie, Königlich Preussischen Akademie der Wissenschaften, Sitzungsberichte

De verklaring van de periheliumbeweging van Mercurius vanuit de algemene relativiteitstheorie.
Door A. Einstein.


Inleiding.

Einstein begint ermee om er op te wijzen dat hij veldvergelijkingen voor de zwaartekracht heeft opgesteld die covariant zijn, daar heeft hij immers al in eerdere presentaties voor de academie uitgebreid over gesproken. Vervolgens zegt hij nog iets over de energietensor en ook over deze hele nieuwe kijk (middels de algemene relativiteitstheorie) op tijd en ruimte, want tijd en ruimte zijn vanaf nu geen objectieve toeschouwers meer maar aktieve deelnemers aan de wereld om ons heen. Tijd en ruimte zijn vanaf nu natuurkundige variabelen die invloed uitoefenen en tevens beïnvloed kunnen worden.

Einstein spreekt verder en zegt dat deze radicale theorie, de algemene relativiteitstheorie, een belangrijke bevestiging heeft gevonden in de baanbeweging van de planeet Mercurius. De baan van Mercurius vertoont een precessiebeweging waarvan ongeveer 45 boogseconden per eeuw nog onverklaard waren (toen, in 1915). Aan dit minieme verschil heeft de Fransman Le Verrier vele uren van noeste rekenarbeid gewijd, hij opperde zelfs een extra planeet (Vulcanus) tussen de Zon en Mercurius, maar vond nooit een sluitende verklaring voor het probleem. Echter, dit verschil van 45 boogseconden kan Einstein kwalitatief én kwantitatief verklaren zonder dat er nog een of andere extra hypothese voor nodig is.

Tenslotte merkt Einstein nog op dat zijn theorie een voorspelling doet voor de afbuiging van lichtstralen door zwaartekracht die tweemaal zo groot is als hij eerder heeft aangegeven, en daarmee tevens tweemaal zo groot is als de klassieke mechanica, de mechanica die gebaseerd is op de wetten van Newton, aangeeft.

Oftewel, Einstein heeft hier twee troeven in handen waarin de algemene relativiteitstheorie afwijkt van het Newtonse wereldbeeld, en één daarvan, de precessie van Mercurius, is honderd procent in overeenstemming met de waarnemingen die eind 1915 voorhanden zijn.